boeken & cursussen

Karnak

boeddhisme   psychologie   yoga   bewustwording

Boekbestellingen | cursuscentra: Klik hier   •   Meldt u hier aan voor de jaarlijkse nieuwsbrief

Vajrayana: de ultieme bevrijding

>>

Uit: Robert Hartzema, Boeddhistische psychologie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samye, het eerste klooster in Tibet, gebouwd door Padmasambhava

 

 

De diamanten weg - vajrayana

Voordat je aan het pad naar bewustwording en bevrijding begon, ging het eigenlijk heel goed met je. Je leefde je leven, plaatste je hoop op de toekomst en legde de schuld voor wat misging bij je verleden. Frustraties, angsten en irritaties in het heden projecteerde je op je partner, je baas, je kinderen, je ouders of de wereld. En verder ontkende je gewoon wat misging. Je wilde er niet echt naar kijken, maar maakte er een drama van dat je continu in jezelf herhaalde en over anderen uitstortte. En als iemand je niet bevestigde of het niet met je eens was, verbrak je gewoon die relatie. Bovendien was je je het grootste deel van de dag al helemaal niet bewust van wat je dacht, voelde en deed. Vanuit een bekrompen tunnelvisie op de werkelijkheid deed je alles automatisch, aangestuurd door vastgeroeste emotionele patronen en dwangmatige gedachten.

 

Maar je hield je wel overeind! Je speelde je rol, maakte promotie, versierde een leuke partner, kocht een huis, scheurde naar je werk, altijd op zoek naar pleziertjes, kortstondige momenten van bevestiging, macht, genot en vergetelheid. Je herkende je verwarring ook niet als verwarring. Je kon toch gewoon gaan sporten of nieuwe kleren kopen? Je dacht dat je gezond in elkaar zat. Waarom zou je dat opgeven? Waarom zou je scherp en helder willen kijken naar de werkelijkheid zoals die is? Waarom zou je de waarheid überhaupt onder ogen willen zien? Nou nee. Negenennegentig procent van de mensheid doet dat gewoonlijk ook niet. Meestal is er wel een reden om je leven te gaan onderzoeken en het pad naar bewustwording op te gaan. Of het verleden was zo traumatisch dat je je nek breekt over je eigen angsten en paranoia. Of het heden is zo dramatisch dat je er zelfs geen drama meer van kunt maken. De werkelijkheid slaat als een ijskoude oostenwind in je gezicht. Dan moet je wel wakker worden. Ontwaken is eigenlijk altijd noodgedwongen. Niemand wil wakker worden. Want ergens, diep van binnen, besef je dat er geen weg terug is. Een bewustwordingsproces is eenrichtingsverkeer. Je kunt wel verdwalen in zijwegen, maar je kunt niet meer terug naar volmaakte onwetendheid. Zodra je een glimp opvangt van de werkelijkheid zoals die is, kun je dat nooit meer helemaal vergeten. Je kunt niet meer terug naar het veilige nest van zelfbedrog en ontkenning. Ergens ben je uit het nest gevallen. Gelukkig kun je van elk werkelijk inzicht nog wel een new-age soep maken. Of je kunt je zelfkennis opnieuw gebruiken om je ego te versterken. Of je kunt altijd nog aan de drank of drugs gaan. Maar die flits van inzicht zal je je hele leven blijven achtervolgen.

 

Vaak heb je zulke flitsen wel gehad toen je heel jong was, of in de puberteit. Maar vervolgens conformeer je je meestal aan de algehele maatschappelijk verwarring en schep je zoveel herrie om je heen dat de stilte niet meer opvalt. Dan duurt het tot je met pensioen gaat voordat je je opnieuw afvraagt of dit nu alles is. Wat is er geworden van de idealen en verlangens van het kind? Als je dan terugkijkt, zie je dat die vraag altijd wel onderliggend speelde, als een ongrijpbare onrust of ondergrond van frustratie, maar dat je daar niet naar luisterde. En soms presenteert tijd al eerder een gat of een noodstop. Je krijgt een auto-ongeluk, je partner vertrekt of je gaat bankroet. Pas als je niet meer je ogen sluit voor de werkelijkheid, kun je herkennen hoe je je klem zet door zelfbedrog. Je speelt een rol die je niet bent. Maar wie ben je dan wel? Wie ben je zonder masker, zonder pantser? Wie ben je naakt? De waarheid die je dan ontdekt, is even onverwoestbaar als een diamant, omdat ze echt waar is. Als je naakt bent kun je je nergens meer achter verschuilen. Je kunt er niet meer onderuit. Daarom heet dat de naakte waarheid. Er is niets meer te verliezen, het is gewoon wat het is. Zodra je die weg van zelfbewustzijn volgt, is er geen einde. Je hoopt misschien nog wel dat er een einde is – de verlichting, het absolute, de boeddhanatuur, de bevrijding – maar dat is er niet.

 

Het verwerven van inzicht, of het proces van bewustwording en bevrijding, heeft een open einde. Het is een steeds wijder en wijder worden zonder slotakkoord. Ruimte heeft geen begrenzing. Vrijheid is net als het heelal een uitdijende ruimte. Er is wel een pad maar geen doel. En er zijn meerdere paden, die elke keer weer verder voeren, totdat je de oneindigheid in tuimelt. En zelfs dan is er geen einde. Wanneer je, op het hinayana-niveau, meer inzicht krijgt in alle manieren waarop je je klem zet, ben je in staat om wat gezonder te leven in de zin dat je jezelf niet nog meer in verwarring brengt. Dat geeft wat ruimte om jezelf waar te nemen, waar te nemen hoe je denkt, voelt, reageert en handelt. Er ontstaat een waarnemer die echt waarneemt in plaats van be- en veroordeelt. Je komt met beide voeten op de grond, en van daaruit kun je nog meer om je heen gaan kijken. Maar als je je eigen ellende steeds duidelij- ker ziet, bestaat het gevaar dat je daarin gevangen raakt. Je bent uitsluitend nog met je eigen problemen bezig en je put daar een masochistisch genot uit, waardoor je opnieuw muurvast komt te zitten.

 

Wanneer negatieve patronen helder zijn, is het belangrijk om je, op het mahayana-niveau, meer te richten op het ontwikkelen van positieve eigenschappen, zoals gelijkwaardigheid, mededogen, liefde en vreugde, en dat uit te stralen naar de wereld. Er komt ruimte voor anderen, en dat maakt het ego wat minder belangrijk. Maar wanneer je je te veel gaat richten op anderen, raak je jezelf kwijt. En in plaats van te zijn wie je gewoon bent, richt je je te veel op een ideaal, op hoe je zou willen zijn. Je pretendeert de ideale hulpverlener te zijn, een onfeilbare therapeut, een fantastische ouder, een bodhisattva, een leraar, een verlichte. Je vereenzelvigt je met het hogere zelf, het absolute of de essentie. En zo blaas je indirect het spiritueel narcistische ego toch weer op tot enorme proporties en val je zo nu en dan in een bodemloos gat omdat je je realiseert dat je uitsluitend een rol speelt en niet jezelf bent. Het diamanten pad brengt je, op het vajrayana-niveau, weer terug naar de rauwe werkelijkheid. Niet dat de voorgaande paden overbodig waren of overgeslagen kunnen worden. Zelfinzicht, ontspanning, alert waarnemen, je hart openen voor anderen en het ontwikkelen van positieve gevoelens blijven de basis. Pas als je daarin echt vastloopt en ziet dat werkelijke bevrijding uitblijft, wanneer het je allemaal de strot uit komt en ervaart dat een crisis op de loer blijft liggen, ben je rijp voor het diamanten pad. Want dat pad stopt met onderhandelen. Het gaat, als de scalpel van een chirurg, direct naar het gezwel toe, met alle risico's van dien. Terwijl de hinayana zich richt op intellectueel inzicht, waarnemen, het veranderen van belemmerende patronen, stoppen van negatieve emoties en juist handelen, en de mahayana de negatieve emoties probeert te transformeren in positieve gevoelens en zich richt op het helpen van anderen, stopt de vajrayana met alle pogingen om jezelf te verbeteren. Het is niet gericht op begrijpen, ook niet op transformeren, ook niet op het positieve. Het is gericht op de werkelijkheid zoals het is. Scherp, helder, doorsnijdend als een diamant. Er is dus geen ontsnappen meer mogelijk, je kunt je nergens meer achter verschuilen, alle strategieën vallen weg, je bent naakt, naakt en naakt. Dat is de werkelijkheid, de naakte waarheid. Niet één van de vier waarheden, maar de enige, onontkoombare, meedogenloze waarheid van het Zijn. De vajrayana snijdt overal dwars doorheen.

 

 

Het ontstaan van het diamanten pad

De meest innerlijke of esoterische traditie van het boeddhisme, kwam pas 1400 jaar geleden in Noord-India tot bloei en verspreidde zich voornamelijk naar de noordelijke bergstreken van het huidige Pakistan en naar Tibet. Volgens de overlevering gaat de vajrayana, ook wel tantrayana of mantrayana genoemd, terug op de mondelinge overdracht van de Boeddha van die inzichten die hij in zijn tijd nog niet durfde te verkondigen. Ze bouwt duidelijk voort op de kennis van de hinayana en mahayana, maar geeft daaraan een meer innerlijke betekenis, direct gericht op de eigen verwezenlijking. Vooral de Hart soetra was een bron van inspiratie voor allerlei vajrayana teksten, die de tantra's worden genoemd.

 

Vajra betekent zowel diamant als bliksemflits. De vajra was oorspronkelijk het wapen en symbool van Indra, de god van donder en bliksem uit de veel oudere vedische religie.

In het boeddhisme wordt het een symbool voor de puurheid, transparantie en onverwoestbaarheid van het ontwaakte bewustzijn. Hoewel de diamant zelf kleurloos is, wordt het eveneens kleurloze licht gebroken in alle kleuren van de regenboog. Het is daarmee het symbool van de leegte waarin tegelijkertijd alles verschijnt. Bovendien is de diamant niet alleen heel kostbaar, de koning onder de stenen (de letterlijke betekenis van de Tibetaanse vertaling; dorje), maar ook zo scherp dat hij overal doorheen snijdt. Het maakt duidelijk dat de vajrayana zowel de hoogste en kostbaarste kennis bevat, als een bliksemsnel en volstrekt meedogenloos pad is dat alle verwarringen die de cyclus van frustraties in stand houden in één slag doorsnijdt.

 

De oudste geschreven tantratekst, de Ghuyasamaya tantra, is uit de 4de eeuw, maar de meeste tantra's stammen uit de 6de en 7de eeuw en de geschreven versies zijn bijna uitsluitend in de Tibetaanse vertaling (uit de 10de eeuw) bewaard gebleven. Tantra betekent continuïteit. Het is een term die verbonden is met het weven en staat dan voor de lange draden, de schering, waar de andere draden, de inslag, doorheen geweven worden. De term verwijst naar verschillende inzichten. Aan de ene kant zou je kunnen zeggen dat tantra verwijst naar dat wat continu is in een wereld waarin alles altijd verandert. Wat is continu? Continu is de ruimte, het Zijn en – dichter bij de persoonlijke beleving gelegen – het gewaarzijn.

 

In de tweede plaats verwijst tantra naar de onlosmakelijke verwevenheid van alle dingen en gebeurtenissen, de onderlinge afhankelijkheid van alles wat bestaat. Daarbij zoekt tantra naar de holistische verwevenheid, de onzichtbare relatie tussen dat wat zich uiterlijk manifesteert als vormen en kleuren, en innerlijk ervaren wordt als gewaarwordingen en gevoelens. Het volgt geen mechanisch wereldbeeld, maar brengt alles met alles in verband als elkaar beïnvloedende structuren van verschillende niveaus van energie. Op energieniveau is alles met elkaar verbonden. Dit betekent ook dat alles wat is, getransformeerd kan worden. Wanneer er geen harde grens is tussen binnen en buiten, tussen vorm en ruimte, tussen kleur en vorm, tussen gewaarwording en gevoel, tussen gevoel en gedachte, maar wanneer alles als energie door het gewaarzijn wordt waargenomen, zonder dat er een scheiding is tussen dat wat waargenomen wordt, de gewaarwording en de ogenschijnlijke waarnemer, dan wordt de kwaliteit van het gewaarzijn doorslaggevend. Daarmee wordt elke werkelijkheid een magische werkelijkheid, in die zin dat elke omstandigheid de mogelijkheid van bevrijding in zich heeft.

 

In de derde plaats verwijst tantra naar het weven zelf. Zoals een lap stof geweven wordt, weven wij van gewaarwordingen, gevoelens en denkbeelden een werkelijkheid, die we vervolgens als concreet gaan benoemen en ervaren. Maar in wezen ontstaat er nooit een vaste werkelijkheid maar gaat het weven continu door. Je moet als het ware blijven weven om deze ogenschijnlijke werkelijkheid – en daarmee een ogenschijnlijk ik – in stand te houden, en dat doe je door het samenspel van lichaam, adem en bewustzijn: indrukken, gewaarwordingen, gedachten, gevoelens, benoemingen, overtuigingen, oordelen enzovoort. Op het moment dat je daarmee stopt, valt het zelfgeschapen weefsel uit elkaar en verschijnt de ruimte of leegte waarin het weven plaats vindt.

 

De manier om deze tantristische inzichten te ervaren, is aan de ene kant door allerlei rituelen en aan de andere kant door specifieke meditatieve oefeningen. Die rituelen zijn uiterst gecompliceerd en zitten vol symboliek die, zonder een gedegen en langdurige training, onbegrijpelijk blijft. Ze zijn vaak gebaseerd op oudere rituelen uit de bön, de sjamanistische religie die voor de komst van het boeddhisme in Tibet een soort staatsgodsdienst was. Dergelijke rituelen werden soms voor een groot publiek uitgevoerd zodat het gewone volk, dat er gewoonlijk weinig van begreep, deel kon nemen aan de kosmische energieën die door dergelijke rituelen werden opgeroepen. Een voorbeeld daarvan is de Kalachakra (het wiel van tijd), een ceremonie, die vele malen door de Dalai Lama voor een groot publiek is uitgevoerd. Dergelijke ceremonies hadden tot doel de aanwezigen te zuiveren van negatieve krachten. In feite werkt dit alleen wanneer je een ceremonie vanuit een voorbereide bewustzijnsstaat als het ware kunt 'lezen', waardoor ze de structuur van je bewustzijn kan openen naar een ruimer perspectief.

 

De andere tantristische traditie komt van de zogenoemde mahasiddhi's. Dit waren individuele yogi's en beoefenaren die zich weinig van de geldende regels binnen het boeddhisme aantrokken. Zij ontstonden als een soort provobeweging tegen de gevestigde en gigantische kloosterorden waarin status en macht belangrijker waren dan de verlichting zelf. Deze mahasiddhi's – maha is groot en siddhi's zijn bijzondere psychische krachten – waren geen monniken. Ze hadden vaak een niet erg boeddhistisch beroep, zoals pijlenmaker, visser of jager, hadden een yogini als vrouwelijke partner, aten vlees en vis, en gaven zich over aan allerlei mystieke en seksuele meditatieoefeningen. Ze trokken zich niets aan van de boeddhistische moraal en maakten zo volstrekt duidelijk dat vorm leegte is. Deze tradities ontwikkelden hun eigen rituelen en meditatieoefeningen, en hun eigen kennistraditie die uitsluitend van leraar op leerling werd overgedragen.

 

Bovendien ontwikkelden zij hun eigen symbolische taal waarbij innerlijke verworvenheden door uiterlijke wonderen worden aangeduid. Dit heeft vaak aanleiding gegeven tot misverstanden. Wanneer er verteld wordt dat een bepaalde yogi 'de zon en de maan tot stilstand brengt' of 'de Ganges overstak door de stroom van de rivier op te houden' slaat dat niet op een magische tovertruc, maar op het volledig beheersen van de mannelijke (zon) en vrouwelijke (maan) energiestromen of het bundelen van de energie die door het centrale kanaal (Ganges) in het lichaam stroomt. Traditionele teksten waren minder belangrijk dan de concrete verwezenlijking van deze zogenoemde waanzinnige wijsheid, die ogenblikkelijk leidde naar volmaakt inzicht en ultieme vrijheid.

 

Toen de Tibetaanse koning zich dan ook in de 7de eeuw ging interesseren voor het boeddhisme en tientallen belangrijke leraren uitnodigde om naar Tibet te komen en alle meer dan honderdduizend boeddhistische teksten in het Tibetaans liet vertalen, waren daar ook veel tantra's bij. Omdat het echter niet lukte het Indiase boeddhisme in het ongecultiveerde, ruige, sjamanistische hooggebergte tot bloei te laten komen, werd een van de belangrijkste tantristische leraren, Padmasambhava, uit de Swat vallei in Noord Pakistan uitgenodigd om naar Tibet te komen. Deze tantristische leraar, die samen met zijn twee vrouwen rondreisde en van grot naar grot trok om te mediteren, bracht het rauwe, vlijmscherpe tantrisme naar Tibet en legde de grondslag voor de oudste overgebleven boeddhistische stroming, de Nyingma (ouden) traditie.

Het is daarom belangrijk om terug te gaan naar de essentie. Je bent geen Tibetaan, ook geen Indiër (en ook geen Japanner) en dat hoeft ook niet. Je hoeft geen namaakgrot te bouwen of een Tibetaans tempeltje, of de centrale verwarming op nul te draaien zodat het binnen vriest. Je hoeft je niet te omgeven met Tibetaanse beeldjes en rolschilderingen en teksten te reciteren die je niets zeggen. Het gaat om de essentie. En die essentie heeft in het westen nog niet echt een eigen vorm gekregen. Je kunt gewoon in je gezellige Ikea-flatje blijven wonen. Het meubilair kan gewoon blijven staan. Een retraite en het dagelijks doen van yoga- en meditatieoefeningen is niet zinloos, maar zodra je alleen maar iets exotisch na-aapt, grijp je je vast aan loze vormen die geen enkele bevrijding teweegbrengen. Juist de vajrayana is puur een vlijmscherp proces van bewustwording. Het gaat om de ware verwezenlijking van het vajrayana-bewustzijn, onafhankelijk van welke specifieke vorm of cultuur dan ook.

 

 

Dzokchen, de volmaakte compleetheid

Dzokchen is zo universeel en zo helder dat het eigenlijk nauwelijks boeddhistisch te noemen is. Toch is dzokchen ook niet los te zien van de inzichten van de hinayana, mahayana en de eerste vijf tantra's. Je kunt het vergelijken met een schitterend geslepen diamant waarvan de andere voertuigen de facetten van de diamant zijn, en dzokchen de schittering van de diamant zelf. Zonder al die facetten is de schittering onmogelijk. Dzokchen richt zich op de bevrijding zelf, het ontwaakte bewustzijn zoals de Boeddha op het moment van zijn verlichting verwezenlijkte. Het richt zich op dat oorspronkelijke moment van verlichting dat zonder woorden is, ongrijpbaar en oneindig. Op het moment dat je dit ontwaakte bewustzijn herkent is alles spontaan helder. De gewone werkelijkheid blijft aanwezig, maar is tegelijkertijd transparant en daarmee volstrekt ongewoon. Alle dingen zijn verschijnselen in het bewustzijn, 'overduidelijk aanwezig, zonder werkelijk te bestaan'.

Het beklimmen van het diamanten pad In de traditie van het boeddhisme was het ongebruikelijk om zomaar aan het diamanten pad te beginnen. In het algemeen begon je met de teksten, inzichten en meditatieoefeningen van de hinayana. Daarna met het lezen van de mahayana-teksten en het beoefenen van mededogen. Vervolgens moesten die uitverkorenen onder de monniken die geacht werden verder te gaan, eigenlijk weer opnieuw beginnen.

Belangrijke teksten van beroemde vajrayana-leraren beginnen altijd weer bij de ellende van samsara, de hellen, de vier waarheden, de skandha's, de vier oneindige gevoelens en zes paramita's enzovoort, voordat met het echte werk begonnen werd.

 

De vayrayana kent ook een reeks zware voorbereidende oefeningen. Ze bestaan uit het doen van de honderdduizend prostraties (neerbuigingen), honderdduizend maal het mandalaritueel, het honderdduizend maal zingen van de vajrasattva-mantra enzovoort. De bedoeling was hiermee een gezonde basis te leggen, waardoor je voldoende geaard werd om aan de vajrayana-training te beginnen. De andere reden was dat deze fysiek zware en langdurige oefeningen luie en verwarde studenten deden afhaken. Zo kreeg je een natuurlijke selectie. Een derde reden was het zuiveren van oud karma, zodat alle oude shit door deze oefeningen uit je mentale, emotionele, lichamelijke en energetische systeem werd verwijderd, en niet meegenomen hoefde te worden op het vajrayana-pad.

 

Om aan een volgend stadium te beginnen was toestemming van je eigen leraar vereist. In de praktijk ging dat niet altijd even eerlijk. Jonge tulku's, die herkend waren als reïncarnaties van gestorven leraren en vaak afkomstig waren uit de rijkere en adellijke families, kregen zonder meer voorrang vanwege hun tulku-status. Een derde van de mannen in Tibet was een boeddhistische monnik of yogi. Daardoor bestond er ook een enorm standsverschil dat niet altijd op pure kwaliteit gebaseerd was. De uiteindelijke training bestond uit een lange tijd van onderricht, rituelen, het uit je hoofd leren van teksten en het doen van eenzame retraites (vaak van drie jaar, drie maanden en drie dagen), soms geheel in het donker. Instructies werden individueel bepaald, afhankelijk van welke leraar en welke stroming je volgde, en eveneens op de leerling afgestemd. En niet iedere leerling kwam even gezond uit zo'n lange en eenzame retraite. Sommigen werden echter grote leraren, die hun hele leven onderricht gaven (wanneer ze niet in retraite waren) en vele teksten nalieten. Zo hebben in de loop van 2500 jaar, eerst in India, en vervolgens in Sri Lanka, Thailand, Birma, China, Japan en tenslotte in het hele Himalaya-gebied en Tibet, duizenden leraren honderdduizenden teksten nagelaten. De omvang van deze traditie van kennis over het bewustzijn en de samenhang met gewaarzijn, zintuigen, adem, emoties, lichaam en energie, is onvoorstelbaar en nog steeds grotendeels onbekend. Wat moet je daar nu mee in deze tijd? Veel moderne boeddhistische leraren beperken zich uit veiligheidsoverwegingen bij voorkeur tot het onderricht over de hinayana en mahayana. En als ze al iets vertellen over de vajrayana, is het mondjesmaat, volstrekt onduidelijk of heel symbolisch en onbegrijpelijk. Vajrayana, tantra en dzokchen worden soms voorgehouden als een snoepje dat vervolgens nooit wordt uitgedeeld. Terwijl de tantra's juist uitsluitend gericht zijn op het zelf ervaren.

boeken & cursussen

Karnak

boeddhisme  psychologie  yoga   bewustwording

Boekbestellingen | cursuscentra: Klik hier

Aanmelden voor de jaarlijkse nieuwsbrief

Vajrayana: de ultieme bevrijding

Uit: Robert Hartzema, Boeddhistische psychologie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samye, het eerste klooster in Tibet, gebouwd door Padmasambhava

 

 

De diamanten weg - vajrayana

Voordat je aan het pad naar bewustwording en bevrijding begon, ging het eigenlijk heel goed met je. Je leefde je leven, plaatste je hoop op de toekomst en legde de schuld voor wat misging bij je verleden. Frustraties, angsten en irritaties in het heden projecteerde je op je partner, je baas, je kinderen, je ouders of de wereld. En verder ontkende je gewoon wat misging. Je wilde er niet echt naar kijken, maar maakte er een drama van dat je continu in jezelf herhaalde en over anderen uitstortte. En als iemand je niet bevestigde of het niet met je eens was, verbrak je gewoon die relatie. Bovendien was je je het grootste deel van de dag al helemaal niet bewust van wat je dacht, voelde en deed. Vanuit een bekrompen tunnelvisie op de werkelijkheid deed je alles automatisch, aangestuurd door vastgeroeste emotionele patronen en dwangmatige gedachten.

 

Maar je hield je wel overeind! Je speelde je rol, maakte promotie, versierde een leuke partner, kocht een huis, scheurde naar je werk, altijd op zoek naar pleziertjes, kortstondige momenten van bevestiging, macht, genot en vergetelheid. Je herkende je verwarring ook niet als verwarring. Je kon toch gewoon gaan sporten of nieuwe kleren kopen? Je dacht dat je gezond in elkaar zat. Waarom zou je dat opgeven? Waarom zou je scherp en helder willen kijken naar de werkelijkheid zoals die is? Waarom zou je de waarheid überhaupt onder ogen willen zien? Nou nee. Negenennegentig procent van de mensheid doet dat gewoonlijk ook niet. Meestal is er wel een reden om je leven te gaan onderzoeken en het pad naar bewustwording op te gaan. Of het verleden was zo traumatisch dat je je nek breekt over je eigen angsten en paranoia. Of het heden is zo dramatisch dat je er zelfs geen drama meer van kunt maken. De werkelijkheid slaat als een ijskoude oostenwind in je gezicht. Dan moet je wel wakker worden. Ontwaken is eigenlijk altijd noodgedwongen. Niemand wil wakker worden. Want ergens, diep van binnen, besef je dat er geen weg terug is. Een bewustwordingsproces is eenrichtingsverkeer. Je kunt wel verdwalen in zijwegen, maar je kunt niet meer terug naar volmaakte onwetendheid. Zodra je een glimp opvangt van de werkelijkheid zoals die is, kun je dat nooit meer helemaal vergeten. Je kunt niet meer terug naar het veilige nest van zelfbedrog en ontkenning. Ergens ben je uit het nest gevallen. Gelukkig kun je van elk werkelijk inzicht nog wel een new-age soep maken. Of je kunt je zelfkennis opnieuw gebruiken om je ego te versterken. Of je kunt altijd nog aan de drank of drugs gaan. Maar die flits van inzicht zal je je hele leven blijven achtervolgen.

 

Vaak heb je zulke flitsen wel gehad toen je heel jong was, of in de puberteit. Maar vervolgens conformeer je je meestal aan de algehele maatschappelijk verwarring en schep je zoveel herrie om je heen dat de stilte niet meer opvalt. Dan duurt het tot je met pensioen gaat voordat je je opnieuw afvraagt of dit nu alles is. Wat is er geworden van de idealen en verlangens van het kind? Als je dan terugkijkt, zie je dat die vraag altijd wel onderliggend speelde, als een ongrijpbare onrust of ondergrond van frustratie, maar dat je daar niet naar luisterde. En soms presenteert tijd al eerder een gat of een noodstop. Je krijgt een auto-ongeluk, je partner vertrekt of je gaat bankroet. Pas als je niet meer je ogen sluit voor de werkelijkheid, kun je herkennen hoe je je klem zet door zelfbedrog. Je speelt een rol die je niet bent. Maar wie ben je dan wel? Wie ben je zonder masker, zonder pantser? Wie ben je naakt? De waarheid die je dan ontdekt, is even onverwoestbaar als een diamant, omdat ze echt waar is. Als je naakt bent kun je je nergens meer achter verschuilen. Je kunt er niet meer onderuit. Daarom heet dat de naakte waarheid. Er is niets meer te verliezen, het is gewoon wat het is. Zodra je die weg van zelfbewustzijn volgt, is er geen einde. Je hoopt misschien nog wel dat er een einde is – de verlichting, het absolute, de boeddhanatuur, de bevrijding – maar dat is er niet.

 

Het verwerven van inzicht, of het proces van bewustwording en bevrijding, heeft een open einde. Het is een steeds wijder en wijder worden zonder slotakkoord. Ruimte heeft geen begrenzing. Vrijheid is net als het heelal een uitdijende ruimte. Er is wel een pad maar geen doel. En er zijn meerdere paden, die elke keer weer verder voeren, totdat je de oneindigheid in tuimelt. En zelfs dan is er geen einde. Wanneer je, op het hinayana-niveau, meer inzicht krijgt in alle manieren waarop je je klem zet, ben je in staat om wat gezonder te leven in de zin dat je jezelf niet nog meer in verwarring brengt. Dat geeft wat ruimte om jezelf waar te nemen, waar te nemen hoe je denkt, voelt, reageert en handelt. Er ontstaat een waarnemer die echt waarneemt in plaats van be- en veroordeelt. Je komt met beide voeten op de grond, en van daaruit kun je nog meer om je heen gaan kijken. Maar als je je eigen ellende steeds duidelij- ker ziet, bestaat het gevaar dat je daarin gevangen raakt. Je bent uitsluitend nog met je eigen problemen bezig en je put daar een masochistisch genot uit, waardoor je opnieuw muurvast komt te zitten.

 

Wanneer negatieve patronen helder zijn, is het belangrijk om je, op het mahayana-niveau, meer te richten op het ontwikkelen van positieve eigenschappen, zoals gelijkwaardigheid, mededogen, liefde en vreugde, en dat uit te stralen naar de wereld. Er komt ruimte voor anderen, en dat maakt het ego wat minder belangrijk. Maar wanneer je je te veel gaat richten op anderen, raak je jezelf kwijt. En in plaats van te zijn wie je gewoon bent, richt je je te veel op een ideaal, op hoe je zou willen zijn. Je pretendeert de ideale hulpverlener te zijn, een onfeilbare therapeut, een fantastische ouder, een bodhisattva, een leraar, een verlichte. Je vereenzelvigt je met het hogere zelf, het absolute of de essentie. En zo blaas je indirect het spiritueel narcistische ego toch weer op tot enorme proporties en val je zo nu en dan in een bodemloos gat omdat je je realiseert dat je uitsluitend een rol speelt en niet jezelf bent. Het diamanten pad brengt je, op het vajrayana-niveau, weer terug naar de rauwe werkelijkheid. Niet dat de voorgaande paden overbodig waren of overgeslagen kunnen worden. Zelfinzicht, ontspanning, alert waarnemen, je hart openen voor anderen en het ontwikkelen van positieve gevoelens blijven de basis. Pas als je daarin echt vastloopt en ziet dat werkelijke bevrijding uitblijft, wanneer het je allemaal de strot uit komt en ervaart dat een crisis op de loer blijft liggen, ben je rijp voor het diamanten pad. Want dat pad stopt met onderhandelen. Het gaat, als de scalpel van een chirurg, direct naar het gezwel toe, met alle risico's van dien. Terwijl de hinayana zich richt op intellectueel inzicht, waarnemen, het veranderen van belemmerende patronen, stoppen van negatieve emoties en juist handelen, en de mahayana de negatieve emoties probeert te transformeren in positieve gevoelens en zich richt op het helpen van anderen, stopt de vajrayana met alle pogingen om jezelf te verbeteren. Het is niet gericht op begrijpen, ook niet op transformeren, ook niet op het positieve. Het is gericht op de werkelijkheid zoals het is. Scherp, helder, doorsnijdend als een diamant. Er is dus geen ontsnappen meer mogelijk, je kunt je nergens meer achter verschuilen, alle strategieën vallen weg, je bent naakt, naakt en naakt. Dat is de werkelijkheid, de naakte waarheid. Niet één van de vier waarheden, maar de enige, onontkoombare, meedogenloze waarheid van het Zijn. De vajrayana snijdt overal dwars doorheen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ontstaan van het diamanten pad

De meest innerlijke of esoterische traditie van het boeddhisme, kwam pas 1400 jaar geleden in Noord-India tot bloei en verspreidde zich voornamelijk naar de noordelijke bergstreken van het huidige Pakistan en naar Tibet. Volgens de overlevering gaat de vajrayana, ook wel tantrayana of mantrayana genoemd, terug op de mondelinge overdracht van de Boeddha van die inzichten die hij in zijn tijd nog niet durfde te verkondigen. Ze bouwt duidelijk voort op de kennis van de hinayana en mahayana, maar geeft daaraan een meer innerlijke betekenis, direct gericht op de eigen verwezenlijking. Vooral de Hart soetra was een bron van inspiratie voor allerlei vajrayana teksten, die de tantra's worden genoemd.

 

Vajra betekent zowel diamant als bliksemflits. De vajra was oorspronkelijk het wapen en symbool van Indra, de god van donder en bliksem uit de veel oudere vedische religie.

In het boeddhisme wordt het een symbool voor de puurheid, transparantie en onverwoestbaarheid van het ontwaakte bewustzijn. Hoewel de diamant zelf kleurloos is, wordt het eveneens kleurloze licht gebroken in alle kleuren van de regenboog. Het is daarmee het symbool van de leegte waarin tegelijkertijd alles verschijnt. Bovendien is de diamant niet alleen heel kostbaar, de koning onder de stenen (de letterlijke betekenis van de Tibetaanse vertaling; dorje), maar ook zo scherp dat hij overal doorheen snijdt. Het maakt duidelijk dat de vajrayana zowel de hoogste en kostbaarste kennis bevat, als een bliksemsnel en volstrekt meedogenloos pad is dat alle verwarringen die de cyclus van frustraties in stand houden in één slag doorsnijdt.

 

De oudste geschreven tantratekst, de Ghuyasamaya tantra, is uit de 4de eeuw, maar de meeste tantra's stammen uit de 6de en 7de eeuw en de geschreven versies zijn bijna uitsluitend in de Tibetaanse vertaling (uit de 10de eeuw) bewaard gebleven. Tantra betekent continuïteit. Het is een term die verbonden is met het weven en staat dan voor de lange draden, de schering, waar de andere draden, de inslag, doorheen geweven worden. De term verwijst naar verschillende inzichten. Aan de ene kant zou je kunnen zeggen dat tantra verwijst naar dat wat continu is in een wereld waarin alles altijd verandert. Wat is continu? Continu is de ruimte, het Zijn en – dichter bij de persoonlijke beleving gelegen – het gewaarzijn.

 

In de tweede plaats verwijst tantra naar de onlosmakelijke verwevenheid van alle dingen en gebeurtenissen, de onderlinge afhankelijkheid van alles wat bestaat. Daarbij zoekt tantra naar de holistische verwevenheid, de onzichtbare relatie tussen dat wat zich uiterlijk manifesteert als vormen en kleuren, en innerlijk ervaren wordt als gewaarwordingen en gevoelens. Het volgt geen mechanisch wereldbeeld, maar brengt alles met alles in verband als elkaar beïnvloedende structuren van verschillende niveaus van energie. Op energieniveau is alles met elkaar verbonden. Dit betekent ook dat alles wat is, getransformeerd kan worden. Wanneer er geen harde grens is tussen binnen en buiten, tussen vorm en ruimte, tussen kleur en vorm, tussen gewaarwording en gevoel, tussen gevoel en gedachte, maar wanneer alles als energie door het gewaarzijn wordt waargenomen, zonder dat er een scheiding is tussen dat wat waargenomen wordt, de gewaarwording en de ogenschijnlijke waarnemer, dan wordt de kwaliteit van het gewaarzijn doorslaggevend. Daarmee wordt elke werkelijkheid een magische werkelijkheid, in die zin dat elke omstandigheid de mogelijkheid van bevrijding in zich heeft.

 

In de derde plaats verwijst tantra naar het weven zelf. Zoals een lap stof geweven wordt, weven wij van gewaarwordingen, gevoelens en denkbeelden een werkelijkheid, die we vervolgens als concreet gaan benoemen en ervaren. Maar in wezen ontstaat er nooit een vaste werkelijkheid maar gaat het weven continu door. Je moet als het ware blijven weven om deze ogenschijnlijke werkelijkheid – en daarmee een ogenschijnlijk ik – in stand te houden, en dat doe je door het samenspel van lichaam, adem en bewustzijn: indrukken, gewaarwordingen, gedachten, gevoelens, benoemingen, overtuigingen, oordelen enzovoort. Op het moment dat je daarmee stopt, valt het zelfgeschapen weefsel uit elkaar en verschijnt de ruimte of leegte waarin het weven plaats vindt.

 

De manier om deze tantristische inzichten te ervaren, is aan de ene kant door allerlei rituelen en aan de andere kant door specifieke meditatieve oefeningen. Die rituelen zijn uiterst gecompliceerd en zitten vol symboliek die, zonder een gedegen en langdurige training, onbegrijpelijk blijft. Ze zijn vaak gebaseerd op oudere rituelen uit de bön, de sjamanistische religie die voor de komst van het boeddhisme in Tibet een soort staatsgodsdienst was. Dergelijke rituelen werden soms voor een groot publiek uitgevoerd zodat het gewone volk, dat er gewoonlijk weinig van begreep, deel kon nemen aan de kosmische energieën die door dergelijke rituelen werden opgeroepen. Een voorbeeld daarvan is de Kalachakra (het wiel van tijd), een ceremonie, die vele malen door de Dalai Lama voor een groot publiek is uitgevoerd. Dergelijke ceremonies hadden tot doel de aanwezigen te zuiveren van negatieve krachten. In feite werkt dit alleen wanneer je een ceremonie vanuit een voorbereide bewustzijnsstaat als het ware kunt 'lezen', waardoor ze de structuur van je bewustzijn kan openen naar een ruimer perspectief.

 

De andere tantristische traditie komt van de zogenoemde mahasiddhi's. Dit waren individuele yogi's en beoefenaren die zich weinig van de geldende regels binnen het boeddhisme aantrokken. Zij ontstonden als een soort provobeweging tegen de gevestigde en gigantische kloosterorden waarin status en macht belangrijker waren dan de verlichting zelf. Deze mahasiddhi's – maha is groot en siddhi's zijn bijzondere psychische krachten – waren geen monniken. Ze hadden vaak een niet erg boeddhistisch beroep, zoals pijlenmaker, visser of jager, hadden een yogini als vrouwelijke partner, aten vlees en vis, en gaven zich over aan allerlei mystieke en seksuele meditatieoefeningen. Ze trokken zich niets aan van de boeddhistische moraal en maakten zo volstrekt duidelijk dat vorm leegte is. Deze tradities ontwikkelden hun eigen rituelen en meditatieoefeningen, en hun eigen kennistraditie die uitsluitend van leraar op leerling werd overgedragen.

 

Bovendien ontwikkelden zij hun eigen symbolische taal waarbij innerlijke verworvenheden door uiterlijke wonderen worden aangeduid. Dit heeft vaak aanleiding gegeven tot misverstanden. Wanneer er verteld wordt dat een bepaalde yogi 'de zon en de maan tot stilstand brengt' of 'de Ganges overstak door de stroom van de rivier op te houden' slaat dat niet op een magische tovertruc, maar op het volledig beheersen van de mannelijke (zon) en vrouwelijke (maan) energiestromen of het bundelen van de energie die door het centrale kanaal (Ganges) in het lichaam stroomt. Traditionele teksten waren minder belangrijk dan de concrete verwezenlijking van deze zogenoemde waanzinnige wijsheid, die ogenblikkelijk leidde naar volmaakt inzicht en ultieme vrijheid.

 

Toen de Tibetaanse koning zich dan ook in de 7de eeuw ging interesseren voor het boeddhisme en tientallen belangrijke leraren uitnodigde om naar Tibet te komen en alle meer dan honderdduizend boeddhistische teksten in het Tibetaans liet vertalen, waren daar ook veel tantra's bij. Omdat het echter niet lukte het Indiase boeddhisme in het ongecultiveerde, ruige, sjamanistische hooggebergte tot bloei te laten komen, werd een van de belangrijkste tantristische leraren, Padmasambhava, uit de Swat vallei in Noord Pakistan uitgenodigd om naar Tibet te komen. Deze tantristische leraar, die samen met zijn twee vrouwen rondreisde en van grot naar grot trok om te mediteren, bracht het rauwe, vlijmscherpe tantrisme naar Tibet en legde de grondslag voor de oudste overgebleven boeddhistische stroming, de Nyingma (ouden) traditie.

Het is daarom belangrijk om terug te gaan naar de essentie. Je bent geen Tibetaan, ook geen Indiër (en ook geen Japanner) en dat hoeft ook niet. Je hoeft geen namaakgrot te bouwen of een Tibetaans tempeltje, of de centrale verwarming op nul te draaien zodat het binnen vriest. Je hoeft je niet te omgeven met Tibetaanse beeldjes en rolschilderingen en teksten te reciteren die je niets zeggen. Het gaat om de essentie. En die essentie heeft in het westen nog niet echt een eigen vorm gekregen. Je kunt gewoon in je gezellige Ikea-flatje blijven wonen. Het meubilair kan gewoon blijven staan. Een retraite en het dagelijks doen van yoga- en meditatieoefeningen is niet zinloos, maar zodra je alleen maar iets exotisch na-aapt, grijp je je vast aan loze vormen die geen enkele bevrijding teweegbrengen. Juist de vajrayana is puur een vlijmscherp proces van bewustwording. Het gaat om de ware verwezenlijking van het vajrayana-bewustzijn, onafhankelijk van welke specifieke vorm of cultuur dan ook.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dzokchen, de volmaakte compleetheid

Dzokchen is zo universeel en zo helder dat het eigenlijk nauwelijks boeddhistisch te noemen is. Toch is dzokchen ook niet los te zien van de inzichten van de hinayana, mahayana en de eerste vijf tantra's. Je kunt het vergelijken met een schitterend geslepen diamant waarvan de andere voertuigen de facetten van de diamant zijn, en dzokchen de schittering van de diamant zelf. Zonder al die facetten is de schittering onmogelijk. Dzokchen richt zich op de bevrijding zelf, het ontwaakte bewustzijn zoals de Boeddha op het moment van zijn verlichting verwezenlijkte. Het richt zich op dat oorspronkelijke moment van verlichting dat zonder woorden is, ongrijpbaar en oneindig. Op het moment dat je dit ontwaakte bewustzijn herkent is alles spontaan helder. De gewone werkelijkheid blijft aanwezig, maar is tegelijkertijd transparant en daarmee volstrekt ongewoon. Alle dingen zijn verschijnselen in het bewustzijn, 'overduidelijk aanwezig, zonder werkelijk te bestaan'.

Het beklimmen van het diamanten pad In de traditie van het boeddhisme was het ongebruikelijk om zomaar aan het diamanten pad te beginnen. In het algemeen begon je met de teksten, inzichten en meditatieoefeningen van de hinayana. Daarna met het lezen van de mahayana-teksten en het beoefenen van mededogen. Vervolgens moesten die uitverkorenen onder de monniken die geacht werden verder te gaan, eigenlijk weer opnieuw beginnen.

Belangrijke teksten van beroemde vajrayana-leraren beginnen altijd weer bij de ellende van samsara, de hellen, de vier waarheden, de skandha's, de vier oneindige gevoelens en zes paramita's enzovoort, voordat met het echte werk begonnen werd.

 

De vayrayana kent ook een reeks zware voorbereidende oefeningen. Ze bestaan uit het doen van de honderdduizend prostraties (neerbuigingen), honderdduizend maal het mandalaritueel, het honderdduizend maal zingen van de vajrasattva-mantra enzovoort. De bedoeling was hiermee een gezonde basis te leggen, waardoor je voldoende geaard werd om aan de vajrayana-training te beginnen. De andere reden was dat deze fysiek zware en langdurige oefeningen luie en verwarde studenten deden afhaken. Zo kreeg je een natuurlijke selectie. Een derde reden was het zuiveren van oud karma, zodat alle oude shit door deze oefeningen uit je mentale, emotionele, lichamelijke en energetische systeem werd verwijderd, en niet meegenomen hoefde te worden op het vajrayana-pad.

 

Om aan een volgend stadium te beginnen was toestemming van je eigen leraar vereist. In de praktijk ging dat niet altijd even eerlijk. Jonge tulku's, die herkend waren als reïncarnaties van gestorven leraren en vaak afkomstig waren uit de rijkere en adellijke families, kregen zonder meer voorrang vanwege hun tulku-status. Een derde van de mannen in Tibet was een boeddhistische monnik of yogi. Daardoor bestond er ook een enorm standsverschil dat niet altijd op pure kwaliteit gebaseerd was. De uiteindelijke training bestond uit een lange tijd van onderricht, rituelen, het uit je hoofd leren van teksten en het doen van eenzame retraites (vaak van drie jaar, drie maanden en drie dagen), soms geheel in het donker. Instructies werden individueel bepaald, afhankelijk van welke leraar en welke stroming je volgde, en eveneens op de leerling afgestemd. En niet iedere leerling kwam even gezond uit zo'n lange en eenzame retraite. Sommigen werden echter grote leraren, die hun hele leven onderricht gaven (wanneer ze niet in retraite waren) en vele teksten nalieten. Zo hebben in de loop van 2500 jaar, eerst in India, en vervolgens in Sri Lanka, Thailand, Birma, China, Japan en tenslotte in het hele Himalaya-gebied en Tibet, duizenden leraren honderdduizenden teksten nagelaten. De omvang van deze traditie van kennis over het bewustzijn en de samenhang met gewaarzijn, zintuigen, adem, emoties, lichaam en energie, is onvoorstelbaar en nog steeds grotendeels onbekend. Wat moet je daar nu mee in deze tijd? Veel moderne boeddhistische leraren beperken zich uit veiligheidsoverwegingen bij voorkeur tot het onderricht over de hinayana en mahayana. En als ze al iets vertellen over de vajrayana, is het mondjesmaat, volstrekt onduidelijk of heel symbolisch en onbegrijpelijk. Vajrayana, tantra en dzokchen worden soms voorgehouden als een snoepje dat vervolgens nooit wordt uitgedeeld. Terwijl de tantra's juist uitsluitend gericht zijn op het zelf ervaren.

>>