boeken & cursussen

Karnak

boeddhisme   psychologie   yoga   bewustwording

Boekbestellingen | cursuscentra: Klik hier   •   Meldt u hier aan voor de jaarlijkse nieuwsbrief

dzokchen teachings

In het Nederlands gebruiken wij altijd de spelling dzokchen.

 

uit: Robert Hartzema, Dimensies van Bewustzijn

 

 

Wat is bewustzijn?

Dit hoofdstuk bevat de letterlijke tekst van de uitwisseling naar aanleiding van de vraag in een meditatieoefening: wat is bewustzijn? Eerst werd er in kleinere groepjes uitgewisseld, waarna het volgende gesprek ontstond.

 

Robert: Oké, bewustzijn, wat ontdek je? Wat ontdek je zelf?

Student: Zelf?

Robert: Wat ontdek je zelf over jezelf?

Student: Genoeg!

Student: Ja, wat ben je nou eigenlijk?

Robert: Dat is een goede vraag, wat ben je nu eigenlijk? Iemand een helder inzicht? Of een minder helder inzicht? Wat ontdek je als je dit onderzoekt?

Student: Dat het complex is.

Robert: Dat het complex is. Ja.

Student: Ja, heel erg complex, en heel veel lagen.

Robert: Kun je iets zeggen over die lagen?

Student: Ik had zelf allemaal lichamelijke gewaarwordingen, lagen van zintuiglijke gewaarwordingen en innerlijke gewaarwordingen, en dat noem ik al een soort bewustzijn. Dan is er het denkbewustzijn en is er ook nog een algemeen bewustzijn. Ja, dat het heel complex is. Wanneer noem je iets 'zelf' en wanneer noem je iets 'ik'? En, is 'ik' hetzelfde als 'zelf'? Daar waren ook al weer verschillen in. 'Ik' voelde meer als een soort hardheid. Ik had ook het idee dat, als je in een vorm zit, dat dat weer een voorwaarde is om dingen te kunnen ervaren. Dat je het bewustzijn kunt ervaren, doordat je in een vorm zit. En als het bewustzijn alleen maar bewustzijn is, ja, wat kan ik dan nog ervaren? Nou ja, een soort gelaagdheid.

Robert: Een enorme gelaagdheid, ja. Je kunt het niet zo makkelijk vastgrijpen. Oké, iemand anders? Andere dingen die je ontdekt?

 

Student: Ik heb het gevoel dat ik een soort werkbewustzijn heb en een zijnsbewustzijn, en dat het werkbewustzijn iets is waarin mijn denken en mijn voelen en vooral mijn zintuiglijke waarneming een hele belangrijke ingang is, en dat die daarin verschijnen en bepaalde reacties met elkaar aangaan, en dat dat patronen worden. Die hebben een verbinding met elkaar en gaan op een gegeven moment steeds hetzelfde doen.

Robert: Die gaan zichzelf herhalen.

Student: Ja. Er is net een soort doordeweeks bewustzijn en een zondagsbewustzijn. Het één overkoepelt alles, en het andere is meer om gewoon te kunnen werken omdat je belichaamd bent. En wat ik ook heel fascinerend vind is dat ik een bepaalde vrijheid ervoer doordat ik me er zo bewust van ben hoe fijn het is dat we onze aandacht kunnen richten. Dat we daar een bepaalde keuze door krijgen, een stukje vrijheid of zo.

Robert: Een keuzevrijheid.

Student: Dat je niet alles maar laat komen, maar dat je kunt zeggen: 'Ik richt me nu ergens op'. Dat vond ik fijn om te ontdekken, dat dat een stuk vrijheid geeft. Je kunt ergens voor kiezen.

Robert: Oké. Andere ontdekkingen?

 

Student: Ja, dat er soms een soort filmisch bewustzijn ontstaat. Als er een situatie verschijnt op een heel druk perron of zo, of in een stationshal, en dat je je eigenlijk op dat moment bewust bent van alle geluiden en alle mensen. Je loopt en je hebt zelf ook deel daaraan, en toch lijkt het net of je een fragment bent in het geheel. En aan de ene kant geeft dat een ontzettende rust in het geheel, maar je bent niet afgesloten van het geheel. Dat noemden wij in ons groepje een filmische ervaring, maar ik weet niet of ik het zo duidelijk uitleg.

Robert: Alsof er meer dimensies van het bewustzijn tegelijk aanwezig zijn?

Student: Ja, dus je maakt wel onderdeel uit van het geheel, want je loopt mee in die stroom en je neemt alles waar, maar tegelijkertijd was er ook een soort rust, net als de film even…

Student: …dat je het niet vastgrijpt en dat je daardoor alles voorbij ziet komen…

Robert: Dat alles gewoon is?

Student: Maar je bent niet afgesloten. We hadden er geen andere term voor dan een soort filmisch fragment.

 

Robert: Oké. Wat ik ga doen is wat uitleggen over het bewustzijn vanuit de dzokchen traditie. Waar we voorlopig mee gaan werken ziet er zo uit:

 

    1.   oogbewustzijn: zien, kijken, licht, kleuren, vormen

    2.   oorbewustzijn: horen, luisteren, stilte, geluiden, klanken, stemmen

    3.   neusbewustzijn: ruiken, geuren, sfeer, geheel

    4.   tongbewustzijn: smaak, sensualiteit, oké of niet oké

    5.   lichaambewustzijn: tast, aanraken, huid, voelen, lichamelijke ervaringen, beweging

 

Dit zijn de vijf zintuiglijke bewustzijnsdimensies: in zichzelf helder (nog geen benoeming, oordeel, associatie)

 

    6.   mentaal bewustzijn:

          a. non-verbaal mentaal bewustzijn: verbindt de zintuiglijke indrukken met elkaar,

          herkennen, aandacht, alert-heid, waarnemen;

          b. verbaal mentaal bewustzijn: benoemen, beoordelen, gedachten, verhalen

    7.   emotioneel egobewustzijn: de vijf basale emotionele reacties en het ego als poging

          zichzelf

          belangrijk te maken, te bevestigen, te verdedigen en uit te leven

    8.   pakhuisbewustzijn: de opslagplaats van alle associaties, herinneringen, zowel verbaal als

          non-verbaal, bewust als onbewust; dit bevindt zich op alle lagen van je lichaam, adem

          en bewustzijn

    9.   baarmoederbewustzijn (kun gzhi): de oorspronkelijke basis van het hele bewustzijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het boeddhisme heeft zich vanaf het begin altijd heel erg bezig gehouden met 'wat is nou bewustzijn?' We hebben gekeken naar hoe deze inzichten zich in de hinayana, mahayana, vajrayana en dzokchen ontwikkelden. Belangrijk is om je steeds te realiseren dat de 'matrix' van het bewustzijn die het boeddhisme ontdekt heeft aan de ene kant gebaseerd is op het puur ervaren, zowel in het dagelijks leven als in meditatie, en aan de andere kant altijd gericht is op de persoonlijke bevrijding. Dat is duidelijk wat anders dan bijvoorbeeld een neuroloog, die onderzoekt hoe de hersenen werken. Die onderzoekt hoe het vanuit de fysieke structuur in elkaar zit. Het boeddhisme heeft ook onderzocht hoe het bewustzijn in elkaar zit, maar niet naar aanleiding van de structuur van de hersenen – hoewel sommige zaken frappant overeenkomen – maar vanuit het ervaren zelf en zoveel mogelijk ook binnen het ervaren zelf.

Het is dus geen denkmodel en ook geen filosofisch inzicht. Het is eerder psychologie dan filosofie. Het is een ervaren van wat in beweging is, dus niet het nadenken erover. Het is én geen medisch onderzoek én geen nadenken over én geen filosofische conclusie. Het is meer het uiteen pluizen van het bewustzijn zoals het in het leven, in het zijn, functioneert. Voor een deel is het gericht op het onderzoeken: hoe zet het je klem? en tegelijkertijd, als dat duidelijker wordt, is het een onderzoek naar: hoe kan het bewustzijn helpen je van de patronen die je als belemmerend ervaart te bevrijden? Dus te bevrijden van de structuren die belemmerend zijn.

 

Het zintuigbewustzijn

Voor het bewustzijn bestaan in het Tibetaans twee termen. Er is de term sems, het gewone bewustzijn in zijn geheel, die staat tegenover een andere term, sems nyid, dat is het bewustzijn op zich, het bewustzijn dat vrij is van gedachten, de essentie van het bewustzijn, Bewustzijn met een hoofdletter. En er is ook nog een andere term, die juist bij het uiteenpluizen van de dimensies van het bewustzijn gebruikt wordt, en dat is nam par she-pa, en dat wordt over het algemeen afgekort tot nam-she. Het Tibetaans kort vaak lange termen voor het praktisch gebruik in, waardoor je naar hele lange en specifieke begrippen kunt verwijzen en ze met elkaar kunt verbinden. En nam-she of nam par she-pa betekent eigenlijk 'het kennen van aspecten'. Dus. Wat is primair de kwaliteit van het bewustzijn? Het feit dat het bewustzijn aspecten kent, dat het onderscheid maakt. Het maakt onderscheid en het herkent het onderscheid.

Dat kennen speelt zich af op twee manieren. Het bewustzijn onderscheidt iets als zodanig, als iets individueels. Als je naar die gekleurde lap kijkt die op de grond ligt1, dan kan het oogbewustzijn het onderscheid zien tussen wit, blauw en rood, tenzij je kleurenblind bent. Het kan het onderscheid zien tussen geel en groen, en het kan zien dat de middelste vorm anders is dan de vier vormen er omheen, en dat het in zijn geheel ook weer een eigen vorm heeft. Het is niet zo dat het bewustzijn alleen maar kleur ziet en het verder vaag is. Het kan iets herkennen. Dat vierkant is een vierkant omdat er allerlei vierkanten zijn, allerlei rechthoeken en vierkanten en cirkels, en allerlei soorten cirkels. Het oogbewustzijn herkent dat primair als vorm. Wat het oogbewustzijn ook doet, is het scheiden van voorgrond en achtergrond. Als je voorgrond en achtergrond niet zou scheiden, dan zou je hier niemand zien zitten. Je zou alleen maar kleurvlekken zien, en in feite zouden die kleurvlekken niet iets zelfstandigs worden. Want, wat je gewoonlijk niet signaleert is dat jij er iets zelfstandigs van maakt. Je zegt: 'Die kleuren en die zwarte krullen en dat en dat en dat allemaal bij elkaar, dat is die persoon.' Het is niet zo dat je die zwarte bos haar als onderdeel van de stoel beschouwt.

Dus. Je signaleert met je ogen en met je ogen maak je al een bepaalde groepering. Je ziet, onderscheidt en je groepeert. Ook dat is heel individueel, want dat doe jij op een andere manier dan iemand anders. De een ziet iets anders dan de ander. Het is niet alleen een kwestie van meer of minder kleurenblind, het is ook een kwestie van waar je naar kijkt. Waar let je op? Waar kijk je naar? Waar heb je geleerd om naar te kijken? Wat heb je geleerd om per se niet te zien? Wat ontken je in het kijken? Wat zie je wel, maar zie je eigenlijk niet?

 

Het andere aspect is dat het oog gevoelig is voor de sfeer van het oog, voor het zien als een veld. Er is een veld van het zien, net zoals er een veld is van het horen. Op dat niveau zijn het golflengtes. Je hebt een visuele golflengte en je hebt een auditieve golflengte. Dat zijn verschillende golflengtes. Ons zien is een specifieke golflengte, daarom zien we de wereld op deze manier. Een dier ziet een andere golflengte. Er zijn, geloof ik, twee soorten apen die exact hetzelfde zien als wij, en de rest van de apen ziet überhaupt iets anders. En apen staan nog het dichtst bij ons. Er zijn vogels die ongeveer hetzelfde zien en er zijn ook vogels die iets totaal anders zien. Een mus ziet een andere mus als een

paradijsvogel, die ziet een explosie van kleuren. Wij zien een mus als een grijs vogeltje. Dus die ene grijze mus is echt een heel lekker ding, alleen wij zien dat niet, en wat wij een lekker ding vinden, dat vindt die mus maar niks. Die ziet alleen maar broodkruimels.

We realiseren ons vaak niet dat het zien de wereld creëert. Wat je ziet wordt door je bewustzijn bepaald, dus je bewustzijn creëert jouw werkelijkheid en dat gaat heel ver. De structuur van ons bewustzijn is echter zo ontstaan dat we ons ook daarvan bewust kunnen worden, en dat we ermee kunnen experimenteren. Kunnen gaan onderzoeken: wat is nou de matrix van mijn manier van kijken? Want iedereen heeft een eigen matrix van kijken. Dit zie je wel, dat zie je niet. Een beeldend kunstenaar ziet wat anders dan een musicus. Een musicus ziet zwarte nootjes, en een kunstenaar ziet vaak voornamelijk kleur of vorm, en een impressionistische schilder ziet weer wat anders dan een expressionistische schilder. En soms ontstaat dat ook wanneer je een bepaald vak leert of beroep uitoefent.

Als je bijvoorbeeld veel met mensen werkt, zie je op een gegeven moment steeds meer. Er komt iemand binnen en die hoeft eigenlijk niks meer te vertellen, want in feite zie je in één oogopslag een groot deel van wat er aan de hand is. Je ziet dingen die andere mensen helemaal niet zien. Het zien kan zich dus ontwikkelen, het kan verschuiven en het kan zich uitkristalliseren, maar het heeft ook zijn eigen matrix. Er zijn veel zaken die je niet ziet. Nou, in de buitenwereld is dat nog tot daar aan toe, maar in de binnenwereld – want het kijken gaat zowel naar buiten als naar binnen – is dat interessanter. Neem de simpele vraag: welk aspect van jezelf wil je niet zien? Er zijn in de buitenwereld zaken waar je niet naar wilt kijken, maar er zijn in de binnenwereld ook veel zaken waar je niet naar wilt kijken.

Alle zintuigen gaan naar buiten en naar binnen, uiterlijke beelden en innerlijke beelden, en het is eigenlijk vrij onduidelijk waar het zien zich afspeelt. Het kijkbewustzijn ontwikkelt echter altijd een eigen manier van kijken, wat je doet in het kijken of wat er energetisch gebeurt in het kijken. Ga je in het kijken bijvoorbeeld helemaal dáár naartoe, naar buiten, of blijf je helemaal hier binnen en kijk je niet echt? Dat zijn specifieke structuren die binnen het kijkbewustzijn zijn ontstaan. Dat gaat best heel ver. Je realiseert je dat niet, omdat je het nooit op die manier onderzoekt.

 

Het mentale bewustzijn

Vervolgens is er het denkbewustzijn, dat eigenlijk meer het mentale bewustzijn is. Van oorsprong werd dit gezien als een zesde zintuigbewustzijn, omdat gedachten op dezelfde manier binnen het denkbewustzijn verschijnen als vormen verschijnen binnen het oogbewustzijn. Vanuit het boeddhisme heeft het denken überhaupt niet zo'n belangrijke positie als bij ons in het westen. Denken is gewoon iets dat je toevoegt aan dat wat je in essentie zintuiglijk ervaart. Je geeft er woorden aan en maakt er een denkbeeld van, maar het heeft niet een hele bijzondere positie.

Student: In essentie zintuiglijk? Is dat wat je zegt?

Robert: Ja. Je bent begonnen zonder gedachten. Gedachten zijn ontstaan uit het zintuiglijk bewustzijn. Vanuit het zintuiglijk bewustzijn ontstond het denken. En het denken ontstond voor een deel uit beelden en voor een groot deel uit taal, en dat werden samen denkbeelden, en denkbeelden worden dan verhalen, en verhalen worden drama's. Maar ze zijn in wezen samengesteld uit zintuiglijke ervaringen. We gaan dan vaak door met de verhalen en raken de connectie met het zintuiglijk ervaren kwijt. Het denken krijgt dan iets dubbels.

Student: Is het denken dan een zintuiglijke ervaring?

Robert: In essentie is het gebaseerd op de zintuigen. Op het moment dat het taal wordt, wordt het een abstract gebeuren dat zijn eigen gang kan gaan, los van het directe, zintuiglijke ervaren. Elk woord dat je gebruikt is begonnen met een beeld: stoel, papa, mama, lepel. Anders was er nooit denken of taal ontstaan. Denken is een functie van het mentale bewustzijn. In het begin van de mensheid was er geen taal. Taal is pas ontstaan toen het strottenhoofd veranderde. Voor die tijd kon de primitieve mens geen woorden uitbrengen maar alleen klanken. Op een gegeven moment heeft de mens een sprong gemaakt in de evolutie waarbij het strottenhoofd is ontstaan. Het strottenhoofd kan articuleren in plaats van alleen blaffen en blazen en dat soort dingen. Of dat echt een verbetering is geweest, daar kun je vraagtekens bij zetten, maar pas toen kon er fysiek taal ontstaan. Daarvoor niet.

Dat betekent niet dat het mentale bewustzijn daarvoor niet hoog ontwikkeld was. Walvissen hebben bijvoorbeeld geen woorden, maar ze blijken op een ongelooflijk subtiele wijze te kunnen communiceren. Ze hebben allerlei vormen van lichaamstaal, klanken en geluiden. Het zijn geen woorden, maar er is wel een hoog ontwikkeld bewustzijn, hun mentale bewustzijn functioneert alleen anders dan bij ons. Wij hebben woorden, en door woorden kunnen wij abstracties maken, en met die abstracties kunnen wij doordenken, los van het onmiddellijke ervaren. Denk daar maar over na.

Het mentale bewustzijn is in eerste instantie een soort overkoepeling van de vijf zintuiglijke bewustzijnsdimensies. Vanuit het mentale bewustzijn kun je oorzaak en gevolg herkennen, en je kunt bij elkaar voegen wat bij elkaar hoort. Als je bijvoorbeeld heel in de verte iemand ziet die een paaltje met een hamer in de grond slaat, dan zie je die man een klap geven en drie seconden later hoor je een klap. In feite zijn dat losstaande ervaringen. Wat doet het mentale bewustzijn? Die voegt ze bij elkaar.

Vanuit dzokchen gezien, zijn alle indrukken van het bewustzijn eigenlijk losstaande indrukken. Er is een opeenvolging, een snelle opeenvolging van losstaande indrukken en ergens verbind je die indrukken met elkaar en denkt daardoor dat er een continuïteit is. Maar je brengt een continuïteit aan in iets dat in

essentie discontinu is. In die zin dat alles elk moment elke kant uit kan gaan of zelfs helemaal uit elkaar kan vallen. Het ene moment zie je iets, dan hoor je iets, dan denk je iets, dan ben je helemaal niet meer alert, enzovoort. Er is eigenlijk niks continu aan. Het zijn allemaal hele korte flitsen, net zoals een film bestaat uit allemaal losse beeldjes. Het lijkt continu, maar het is niet continu.

In wezen geeft dat je je vrijheid. Als het echt continu was, was er geen enkele vrijheid. Maar omdat het in essentie discontinu is, kun je elk moment elke kant uit. Je hoeft deze gedachte niet af te maken, je hoeft dit gevoel niet te continueren, je hoeft ook niet te wachten tot een impuls is uitgewerkt. Vanuit gewaarzijn kan alles elk moment oplossen of veranderen. Alles. Als dat niet zo was, was werkelijke bevrijding onmogelijk, want dan was er één tijdslijn en die lijn stond vast. Dan kon je de boel uitzitten totdat je dood gaat. Punt. Dan had je geen andere mogelijkheid. Maar omdat het mogelijk is meer bewust te worden, jezelf meer waar te nemen, en meer gewaar te zijn, ben je niet per se genoodzaakt om die belemmerende patronen te continueren omdat die zij nou eenmaal in je bewustzijn zijn ontstaan.

 

Het egobewustzijn

Nou, dat mentale bewustzijn wordt nogal aangestuurd door het zogenoemde 'emotioneel getinte egobewustzijn', het emotionele bewustzijn dat tegelijkertijd het ego creëert. Oorspronkelijk heet dit 'het vervuilde bewustzijn' of 'het bewustzijn dat bevlekt is door begeerte'. Dat is meer vanuit de hinayana, 'het bewustzijn dat bevlekt is door begeerte', en begeerte moet je zien als dat wat je vastgrijpt. Het is de neiging tot vastgrijpen, vastgrijpen of wegduwen, want dat wat je wegduwt heb je eerst vastgegrepen anders kun je het niet wegduwen. En zelfs dat wat je ontkent, heb je al vastgegrepen, anders kun je het niet ontkennen.

Het is niet alleen begeerte, begeerte is maar één vorm er van. Het is de neiging om iets vast te grijpen. Je gaat ernaartoe, je duikt er op af, en daardoor krijgt het een emotionele lading. Het is het deel van het bewustzijn dat emotioneel geïnvolveerd raakt met wat het waarneemt en wat het denkt. In dat opzicht maakt denken of waarnemen niet zoveel verschil. Je kunt net zo emotioneel geïnvolveerd raken met een of ander verhaal dat je aan jezelf vertelt en dat geen enkele realiteit bezit, als met iets dat je in de concrete werkelijkheid ziet gebeuren. Dat maakt niet uit. Het emotioneel getinte bewustzijn duikt er gewoon op af vanuit een emotionele geladenheid. Er zijn verschillende emotionele gelaagdheden, verschillende emoties en gevoelens, maar de essentie is dat je er iets mee doet. Je grijpt het vast. Je grijpt het vast, je duwt het weg of je ontkent het.

Student: Wordt dat niet voornamelijk gevoed door die gedachten ?

Robert: Nee

Student: Duidelijk.

Robert: Wat de gedachte ook is, zij heeft altijd een emotionele lading, maar het is de lading die bepaalt of je met die gedachte doorgaat, of dat zij gewoon komt en gaat. Als er helemaal geen lading is, dan is een gedachte net als een willekeurig geluid, of iets wat je ziet en waar je verder niets mee doet, zoals je duizend-en-een dingen ziet waar je verder niets mee hoeft. Maar de emotionele lading ligt er al. Je bent een geladen persoonlijkheid, een soort tijdbommetje, alleen staat hij slecht afgesteld, want het is een milliseconde tijdbom. Er hoeft maar dát te gebeuren of je zit in de boom. Er is altijd een soort lading en die lading is altijd verbonden met het ik, zelf of ego. Maakt niet uit hoe je het beestje noemt. Je kunt daar onderscheid in aanbrengen, maar dat is in het kader van het streven naar bevrijding niet zo belangrijk hoe je het noemt, het is belangrijker dat je het ik gaat ervaren. Er is een lading in jezelf waar vanuit je reageert, en waarmee je vervolgens verkleeft.

Student: En is die lading dan tot stand gekomen door het oog, oor, neus en die zaken? Komt dat binnen via die kanalen, en ontstaan daar die gedachten?

Robert: Nee. Kijk maar naar een baby, die heeft geen gedachten. Als je een baby de borst geeft en je haalt even die borst weg, nou, dan zie je wat er gebeurt, die zet meteen een keel op. Er is wel een connectie met de zintuigen en er is een verbinding met het mentale bewustzijn, maar het denken wordt altijd later pas toegevoegd. Het mentale bewustzijn maakt dat het kind al ongelofelijk snel doorheeft dat het brullen helpt om die borst weer binnen mondbereik te krijgen. Het kind is gericht op voeding, en het krijgen van voeding is op zich al een emotioneel gebeuren. Poepen ook, vanaf het allereerste moment. Kijk maar naar een baby die poept. Het is nog nauwelijks geboren of er is een orgastisch 'Uhhhhgggghhhèèèeee'. Dus die emoties liggen er al. En primair zijn dat emoties van welbevinden en niet-welbevinden, oké en niet-oké.

In feite blijft dit het hele leven zo, maar dat moet je nooit hardop zeggen. In feite blijft het heel simpel: oké, niet-oké. We groeien wel op en het wordt ook allemaal veel gecompliceerder, maar basaal blijft het iets van oké of niet-oké. En dat wordt een cluster. Net als het denkbewustzijn, dat begint ook heel simpel met papa en mama, maar wordt snel ingewikkelder en dan ontstaan verhalen en drama's. Het emotioneel bewustzijn wordt ook steeds ingewikkelder. Wordt ingewikkelder omdat je bepaalde emoties wel kunt uiten of niet kunt uiten. Sommige emoties leer je wegduwen, sommige leer je ontkennen, sommige worden dubbel, sommige emoties worden manipulaties, enzovoort. Het wordt een heel complex gebeuren van emoties en gevoelens die elkaar afdekken, tegenstrijdig zijn, op elkaar gestapeld zitten, enzovoort. En vanuit de lading van het emotioneel egobewustzijn benoem je alles. Daarom is die benoeming zelden objectief, en zelfs als de benoeming objectief is dan is de toon van de benoeming niet helemaal objectief. In de toon zit altijd een fractie van het emotioneel getinte egobewustzijn. Daarom kun je ook vaak zoveel horen aan de klank. Daarom ben je ook zo gevoelig voor de klank of toon van iemands stem. Sommige mensen hebben een stem waarbij het niet uitmaakt wat ze zeggen, maar je denkt meteen: oh jee.

 

Het pakhuisbewustzijn

We gaan met al die verschillende aspecten uitgebreid werken, dus dan komen we er vanzelf weer op terug. Ik ga even verder naar het volgende. De volgende dimensie heet oorspronkelijk het 'basis van alles bewustzijn', kun gzhi nam she in het Tibetaans en alaya vijnana in het Sanskriet. Maar omdat het een belangrijke functie heeft als pakhuis, als opslag, is het handiger om het 'pakhuisbewustzijn' te noemen, ook om het te onderscheiden van de laatste dimensie van bewustzijn, het baarmoederbewustzijn. Die laatste twee zijn pas in dzokchen uit elkaar gehaald. In de mahayana zijn pakhuisbewustzijn en baarmoederbewustzijn identiek.

In het pakhuisbewustzijn ligt alles opgeslagen. Emoties, gedachten, ervaringen, beelden, geuren, daden, alles is ergens in het pakhuisbewustzijn aanwezig, alles wat ooit gebeurd is. Dat heeft twee aspecten, die actief en passief worden genoemd. Actief zijn ze opgeslagen als zaadjes, als specifieke herinneringen, als beelden of als associaties. Die zaadjes kunnen de situatie aardig gaan bepalen. Je haalt er één zaadje uit, je hebt één bepaalde associatie, en die neemt dan het gebeuren helemaal over. In die zin is het actief. Je trekt één laatje van één van de kasten in het pakhuisbewustzijn open, je trekt bijvoorbeeld het laatje 'moeder' open, en dan neemt het laatje 'moeder' het hele gebeuren over. Of, je ziet iemand die je aan iemand anders doet denken en je oordeelt ogenblikkelijk, en dat oordeel neemt je hele manier van kijken en reageren over. In dat opzicht zijn het zaadjes die meteen ontspruiten. Het is meteen een volwassen boom. En het andere, het passieve aspect, wordt vergeleken met een geur. Voor een deel zou je dat kunnen zien als een soort onderliggende sfeer, als de onzichtbare, onderliggende en onbewuste kwaliteit van het pakhuis.

Student: Kan dat ook genetisch zijn?

Robert: We hebben met genetisch niet zoveel te maken. Alles kan genetisch zijn, maar vanuit het perspectief van bevrijding maakt het niet uit of het genetisch is of niet genetisch. Zelfs als het genetisch is, betekent dat niet dat je er gehoor aan hoeft te geven. Het betekent niet dat je je er gefrustreerd over hoeft te voelen, of onder moet lijden, of dat het je per se zou moeten klem zetten.

Student: Je hoeft het niet eens te weten?

Robert: Nee, misschien is het zelfs wel handiger als je het niet weet, want daar kun je je ook weer makkelijk achter verschuilen. Dan wordt het een doem, zoals een lotsbestemming of godsoordeel. Je bent in zonde geboren, een soort erfzonde. Wanneer je meer observeert hoe het zich nu afspeelt, maakt het in feite niet zoveel uit waar het precies vandaan komt. Je kijkt eigenlijk meer van het heden naar de toekomst, dan van het heden naar het verleden. Het is de westerse psychotherapie die van het heden naar het verleden kijkt.

Dus het passieve aspect, dat de geur van het pakhuisbewustzijn wordt genoemd, zou je kunnen zien als de patronen en neigingen die er liggen, in die zin dat het ene baarmoederbewustzijn bijvoorbeeld wat depressiever is dan het andere. Psychologisch zou je kunnen kijken waar dat vandaan komt, maar vanuit dzokchen zijn we meer bezig met: wat is die neiging? Durf je die neiging gewoon te nemen zoals zij is? Durf je haar werkelijk te herkennen als je eigen neiging, in plaats van haar te ontkennen of de schuld ergens anders te leggen? Je zou je kunnen afvragen: wat is de geur van mijn pakhuisbewustzijn? Het kan zijn dat het een vrij zware geur is. Dan zou je kunnen kijken waarom je dat continueert. Het kan wel de geur zijn van het pakhuisbewustzijn, maar tegelijkertijd ben jij degene die deze geur als het ware naar voren haalt en activeert, die gehoor geeft aan die neigingen.

Sommige neigingen zullen altijd neigingen blijven. Bepaalde geuren van het pakhuisbewustzijn zijn vrij hardnekkig. Maar het betekent niet dat je erop hoeft te responderen. Dus het kan zijn dat, als je in je jeugd ontzettend bent afgezeken en de neiging hebt om jezelf onderuit te halen, de geur van jouw pakhuis-

bewustzijn is om jezelf onderuit te halen. Op het moment dat je je daar echt bewust van bent en het in het moment herkent, hoef je er in dat moment niet naar te luisteren. En omdat het bewustzijn niet continu is maakt het, op het moment dat je er niet naar luistert, helemaal niet meer uit. Het is er, maar het hoeft jouw vrijheid niet in de weg te staan.

Juist doordat je de neiging om jezelf onderuit te halen gaat ontkennen of ertegen gaat vechten of probeert te verbeteren, kom je er in vast te zitten. Als je haar glashelder durft te zien als deel van je pakhuisbewustzijn, dan heeft zij geen macht meer. Dan blijft de neiging misschien gewoon bestaan en is misschien lastig, maar er zijn meer dingen die lastig zijn. Soms heb je pijn in je kies of je aandelen zakken of je auto gaat stuk, dat zijn allemaal dingen die lastig zijn. Dat is gewoon zoals het is. Toevallig is één van jouw lastige neigingen om jezelf onderuit te halen. Dat is gewoon zoals het is. Net zoals rechts voorrang heeft.

 

Het baarmoederbewustzijn

Dat wat al deze lagen van bewustzijn omvat of voortbrengt, wordt het baarmoederbewustzijn genoemd. Het is het baarmoederbewustzijn, kun gzhi in het Tibetaans en alaya in het Sanskriet, waar de acht dimensies van bewustzijn uit voortkomen. Dat betekent niet dat dit het enige is dat eruit voort kan komen, maar over het algemeen ontstaan in elke situatie zintuiglijke indrukken, emoties, gedachten, ego, associaties en reacties, die je gewoonlijk klemzetten. In essentie is de allesomvattende kwaliteit van het baarmoederbewustzijn echter in zichzelf neutraal en relatief helder, en ook zonder inhoud. Het is meer de kwaliteit van bewustzijn als bewustzijn. Het is vrij leeg, en het zou een bewustzijnsstaat kunnen zijn waar je in meditatie in terecht komt. Dan is er niets meer, uitsluitend ontspanning en leegte.

Student: Is dat kun gzhi?

Robert: Ja. Deze meditatieve bewustzijnsstaat is niet erg creatief, het is leeg en een beetje mat, er gebeurt niet echt iets. De mahayana en veel andere meditatieve systemen zien kun gzhi als een eindstaat. Een bewustzijn dat bewust en leeg is, waarin niks gebeurt. Een soort zen, zolang je niet beweegt gaat het goed. Maar het is in wezen een kwaliteit van bewustzijn die niet levendig is, niet zinderend en stralend. In feite is het een meditatieve ervaring van je gewone bewustzijn. Nou, dat moet je maar even voor zoete koek aannemen. Vanuit dzokchen is het belangrijk om vanuit de leegte en ontspanning van kun gzhi ogenblikkelijk dóór te gaan naar het gewaarzijn, naar helder gewaarzijn. Kun gzhi lijkt heel aantrekkelijk, maar het is nogal passief, vaag en statisch.

Student: Je blijft er in hangen?

Robert: Je kunt er erg in blijven hangen, want er gebeurt niks. Het is een beetje alsof je een joint gerookt hebt. Het is allemaal wat wollig, daarom wil je niet graag uit kun gzhi weg. Niets raakt je meer zo, want de werkelijkheid kristalliseert niet zo scherp uit. Je denkt dat je geen ego hebt, dat wil zeggen, het ego denkt dat het geen ego heeft. Het is een lekkere, wollige, meditatieve poezenmand-staat, maar niet echt helder. Dus, vanuit de hinayana en de mahayana, en zelfs vanuit de vajrayana, wordt het gezien als een soort eindstaat, nirwana. Nirwana is het uitdoven van samsara. Het wordt in de teksten vergeleken met een kaars die je uitblaast. Nou, gefeliciteerd. Relaxt, donker, maar ook wel heel erg niks eigenlijk.

Student: Dan leef je toch niet echt?

Robert: Nee, het heeft zijn eigen beperking. Dat kun je ook zien. Het is een meditatieve bewustzijnsstaat, zoals een monnik die zit te mediteren voor een kale muur en dan opgaat in het niets.

Tja, en dan? Het kan een streven zijn, als eindstaat, maar je gaat er niet dóórheen. Er komt niet iets anders uit voort dat gewoon weer creatief, wild, emotioneel en actief kan zijn. Je moet wel voor die muur blijven zitten. Vandaar dat in dzokchen altijd gezegd wordt dat, als je mediteert – je mediteert bijvoorbeeld op geen-gedachten en er zijn even geen gedachten – je dat dan even totaal ervaart en vervolgens stopt met mediteren, zodat je daar niet in blijft hangen. Het gaat om de helderheid die daarbinnen ontstaat. Het gaat niet om het feit dat er geen gedachten zijn. Het is belangrijk en fijn dat je ervaart dat er ook geen gedachten kunnen zijn, maar het is wel belangrijk dat je dóórgaat naar helderheid.

Je kunt dat zelf in meditatie merken op het moment vlak voordat je slaperig wordt. Als je zit en je doet een meditatieoefening en je ontspant en het wordt leger in je hoofd, dan beland je in kun gzhi en meestal word je dan slaperig. Er zit een split moment in, waarin je zou kunnen kiezen. Vanuit de ontspanning, openheid en leegte kun je kiezen voor slaperigheid en je kunt kiezen voor helderheid. We proberen in dzokchen de afslag helderheid te nemen. Want die andere levert niet veel op, zeker niet gezien de manier waarop wij in het leven staan.

De staat van leegte zou nog iets zijn voor een monnik die in een beschermd klooster leeft. Voor ons, zoals wij leven in het westen en überhaupt vanuit de dzokchen traditie, is het een doodlopende straat. In die zin dat het een mooie rustige straat is, maar hij leidt nergens naar toe behalve naar een soort leegte, niet naar helderheid. En als je merkt dat je daarin terecht komt,

tijdens het mediteren bijvoorbeeld, doe dan ogenblikkelijk je ogen open, rek je uit en zorg ervoor dat er weer helderheid ontstaat, ook al zijn er dan gedachten, dat is niet zo belangrijk. Helderheid is veel belangrijker dan wat dan ook. Anders kom je toch in een soort babystaat terecht, als baby in de baarmoeder. Kun gzhi is de lieve baby in de baarmoeder, die denkt nog niks. Het heeft een zekere wolligheid, maar het is niet echt creatief, geen interactie.

Marjan: Vanuit de ongedefinieerde ontspanning en leegte van kun gzhi zou er ook angst of paniek omhoog kunnen komen. Dan is het nog veel belangrijker om die angst even werkelijk te ervaren en dan je meditatie te stoppen; ogen open, handen over je lijf, staan, lopen, stampen. Het is belangrijk eerst te leren de angst en paniek aan te raken en los te laten (touch & go), voordat je – vanuit helderheid – veel later in je beoefening meer oog in oog met de angst kunt blijven en de angst of paniek werkelijk aan kunt gaan.

 

 

 

boeken & cursussen

Karnak

boeddhisme  psychologie  yoga   bewustwording

Boekbestellingen | cursuscentra: Klik hier

Aanmelden voor de jaarlijkse nieuwsbrief

dzogchen teachings

In het Nederlands gebruiken wij altijd de spelling dzokchen.

 

uit: Robert Hartzema, Dimensies van Bewustzijn

 

 

Wat is bewustzijn?

Dit hoofdstuk bevat de letterlijke tekst van de uitwisseling naar aanleiding van de vraag in een meditatieoefening: wat is bewustzijn? Eerst werd er in kleinere groepjes uitgewisseld, waarna het volgende gesprek ontstond.

 

Robert: Oké, bewustzijn, wat ontdek je? Wat ontdek je zelf?

Student: Zelf?

Robert: Wat ontdek je zelf over jezelf?

Student: Genoeg!

Student: Ja, wat ben je nou eigenlijk?

Robert: Dat is een goede vraag, wat ben je nu eigenlijk? Iemand een helder inzicht? Of een minder helder inzicht? Wat ontdek je als je dit onderzoekt?

Student: Dat het complex is.

Robert: Dat het complex is. Ja.

Student: Ja, heel erg complex, en heel veel lagen.

Robert: Kun je iets zeggen over die lagen?

Student: Ik had zelf allemaal lichamelijke gewaarwordingen, lagen van zintuiglijke gewaarwordingen en innerlijke gewaarwordingen, en dat noem ik al een soort bewustzijn. Dan is er het denkbewustzijn en is er ook nog een algemeen bewustzijn. Ja, dat het heel complex is. Wanneer noem je iets 'zelf' en wanneer noem je iets 'ik'? En, is 'ik' hetzelfde als 'zelf'? Daar waren ook al weer verschillen in. 'Ik' voelde meer als een soort hardheid. Ik had ook het idee dat, als je in een vorm zit, dat dat weer een voorwaarde is om dingen te kunnen ervaren. Dat je het bewustzijn kunt ervaren, doordat je in een vorm zit. En als het bewustzijn alleen maar bewustzijn is, ja, wat kan ik dan nog ervaren? Nou ja, een soort gelaagdheid.

Robert: Een enorme gelaagdheid, ja. Je kunt het niet zo makkelijk vastgrijpen. Oké, iemand anders? Andere dingen die je ontdekt?

 

Student: Ik heb het gevoel dat ik een soort werkbewustzijn heb en een zijnsbewustzijn, en dat het werkbewustzijn iets is waarin mijn denken en mijn voelen en vooral mijn zintuiglijke waarneming een hele belangrijke ingang is, en dat die daarin verschijnen en bepaalde reacties met elkaar aangaan, en dat dat patronen worden. Die hebben een verbinding met elkaar en gaan op een gegeven moment steeds hetzelfde doen.

Robert: Die gaan zichzelf herhalen.

Student: Ja. Er is net een soort doordeweeks bewustzijn en een zondagsbewustzijn. Het één overkoepelt alles, en het andere is meer om gewoon te kunnen werken omdat je belichaamd bent. En wat ik ook heel fascinerend vind is dat ik een bepaalde vrijheid ervoer doordat ik me er zo bewust van ben hoe fijn het is dat we onze aandacht kunnen richten. Dat we daar een bepaalde keuze door krijgen, een stukje vrijheid of zo.

Robert: Een keuzevrijheid.

Student: Dat je niet alles maar laat komen, maar dat je kunt zeggen: 'Ik richt me nu ergens op'. Dat vond ik fijn om te ontdekken, dat dat een stuk vrijheid geeft. Je kunt ergens voor kiezen.

Robert: Oké. Andere ontdekkingen?

 

Student: Ja, dat er soms een soort filmisch bewustzijn ontstaat. Als er een situatie verschijnt op een heel druk perron of zo, of in een stationshal, en dat je je eigenlijk op dat moment bewust bent van alle geluiden en alle mensen. Je loopt en je hebt zelf ook deel daaraan, en toch lijkt het net of je een fragment bent in het geheel. En aan de ene kant geeft dat een ontzettende rust in het geheel, maar je bent niet afgesloten van het geheel. Dat noemden wij in ons groepje een filmische ervaring, maar ik weet niet of ik het zo duidelijk uitleg.

Robert: Alsof er meer dimensies van het bewustzijn tegelijk aanwezig zijn?

Student: Ja, dus je maakt wel onderdeel uit van het geheel, want je loopt mee in die stroom en je neemt alles waar, maar tegelijkertijd was er ook een soort rust, net als de film even…

Student: …dat je het niet vastgrijpt en dat je daardoor alles voorbij ziet komen…

Robert: Dat alles gewoon is?

Student: Maar je bent niet afgesloten. We hadden er geen andere term voor dan een soort filmisch fragment.

 

Robert: Oké. Wat ik ga doen is wat uitleggen over het bewustzijn vanuit de dzokchen traditie. Waar we voorlopig mee gaan werken ziet er zo uit:

 

  1. oogbewustzijn: zien, kijken, licht, kleuren, vormen
  2. oorbewustzijn: horen, luisteren, stilte, geluiden, klanken, stemmen
  3. neusbewustzijn: ruiken, geuren, sfeer, geheel
  4. tongbewustzijn: smaak, sensualiteit, oké of niet oké
  5. lichaambewustzijn: tast, aanraken, huid, voelen, lichamelijke ervaringen, beweging

    Dit zijn de vijf zintuiglijke bewustzijnsdimensies: in zichzelf helder (nog geen benoeming, oordeel, associatie)

  6. mentaal bewustzijn:
    a. non-verbaal mentaal bewustzijn: verbindt de zintuiglijke indrukken met elkaar, herkennen, aandacht, alert-heid, waarnemen;
     b. verbaal mentaal bewustzijn: benoemen,  beoordelen, gedachten, verhalen
  7. emotioneel egobewustzijn: de vijf basale emotionele reacties en het ego als poging zichzelf belangrijk te maken, te bevestigen, te verdedigen en uit te leven
  8.  pakhuisbewustzijn: de opslagplaats van alle associaties, herinneringen, zowel verbaal als non-verbaal, bewust als onbewust; dit bevindt zich op alle lagen van je lichaam, adem en bewustzijn
  9. baarmoederbewustzijn (kun gzhi): de oorspronkelijkebasis van het hele bewustzijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het boeddhisme heeft zich vanaf het begin altijd heel erg bezig gehouden met 'wat is nou bewustzijn?' We hebben gekeken naar hoe deze inzichten zich in de hinayana, mahayana, vajrayana en dzokchen ontwikkelden. Belangrijk is om je steeds te realiseren dat de 'matrix' van het bewustzijn die het boeddhisme ontdekt heeft aan de ene kant gebaseerd is op het puur ervaren, zowel in het dagelijks leven als in meditatie, en aan de andere kant altijd gericht is op de persoonlijke bevrijding. Dat is duidelijk wat anders dan bijvoorbeeld een neuroloog, die onderzoekt hoe de hersenen werken. Die onderzoekt hoe het vanuit de fysieke structuur in elkaar zit. Het boeddhisme heeft ook onderzocht hoe het bewustzijn in elkaar zit, maar niet naar aanleiding van de structuur van de hersenen – hoewel sommige zaken frappant overeenkomen – maar vanuit het ervaren zelf en zoveel mogelijk ook binnen het ervaren zelf.

Het is dus geen denkmodel en ook geen filosofisch inzicht. Het is eerder psychologie dan filosofie. Het is een ervaren van wat in beweging is, dus niet het nadenken erover. Het is én geen medisch onderzoek én geen nadenken over én geen filosofische conclusie. Het is meer het uiteen pluizen van het bewustzijn zoals het in het leven, in het zijn, functioneert. Voor een deel is het gericht op het onderzoeken: hoe zet het je klem? en tegelijkertijd, als dat duidelijker wordt, is het een onderzoek naar: hoe kan het bewustzijn helpen je van de patronen die je als belemmerend ervaart te bevrijden? Dus te bevrijden van de structuren die belemmerend zijn.

 

Het zintuigbewustzijn

Voor het bewustzijn bestaan in het Tibetaans twee termen. Er is de term sems, het gewone bewustzijn in zijn geheel, die staat tegenover een andere term, sems nyid, dat is het bewustzijn op zich, het bewustzijn dat vrij is van gedachten, de essentie van het bewustzijn, Bewustzijn met een hoofdletter. En er is ook nog een andere term, die juist bij het uiteenpluizen van de dimensies van het bewustzijn gebruikt wordt, en dat is nam par she-pa, en dat wordt over het algemeen afgekort tot nam-she. Het Tibetaans kort vaak lange termen voor het praktisch gebruik in, waardoor je naar hele lange en specifieke begrippen kunt verwijzen en ze met elkaar kunt verbinden. En nam-she of nam par she-pa betekent eigenlijk 'het kennen van aspecten'. Dus. Wat is primair de kwaliteit van het bewustzijn? Het feit dat het bewustzijn aspecten kent, dat het onderscheid maakt. Het maakt onderscheid en het herkent het onderscheid.

Dat kennen speelt zich af op twee manieren. Het bewustzijn onderscheidt iets als zodanig, als iets individueels. Als je naar die gekleurde lap kijkt die op de grond ligt1, dan kan het oogbewustzijn het onderscheid zien tussen wit, blauw en rood, tenzij je kleurenblind bent. Het kan het onderscheid zien tussen geel en groen, en het kan zien dat de middelste vorm anders is dan de vier vormen er omheen, en dat het in zijn geheel ook weer een eigen vorm heeft. Het is niet zo dat het bewustzijn alleen maar kleur ziet en het verder vaag is. Het kan iets herkennen. Dat vierkant is een vierkant omdat er allerlei vierkanten zijn, allerlei rechthoeken en vierkanten en cirkels, en allerlei soorten cirkels. Het oogbewustzijn herkent dat primair als vorm. Wat het oogbewustzijn ook doet, is het scheiden van voorgrond en achtergrond. Als je voorgrond en achtergrond niet zou scheiden, dan zou je hier niemand zien zitten. Je zou alleen maar kleurvlekken zien, en in feite zouden die kleurvlekken niet iets zelfstandigs worden. Want, wat je gewoonlijk niet signaleert is dat jij er iets zelfstandigs van maakt. Je zegt: 'Die kleuren en die zwarte krullen en dat en dat en dat allemaal bij elkaar, dat is die persoon.' Het is niet zo dat je die zwarte bos haar als onderdeel van de stoel beschouwt.

Dus. Je signaleert met je ogen en met je ogen maak je al een bepaalde groepering. Je ziet, onderscheidt en je groepeert. Ook dat is heel individueel, want dat doe jij op een andere manier dan iemand anders. De een ziet iets anders dan de ander. Het is niet alleen een kwestie van meer of minder kleurenblind, het is ook een kwestie van waar je naar kijkt. Waar let je op? Waar kijk je naar? Waar heb je geleerd om naar te kijken? Wat heb je geleerd om per se niet te zien? Wat ontken je in het kijken? Wat zie je wel, maar zie je eigenlijk niet?

 

Het andere aspect is dat het oog gevoelig is voor de sfeer van het oog, voor het zien als een veld. Er is een veld van het zien, net zoals er een veld is van het horen. Op dat niveau zijn het golflengtes. Je hebt een visuele golflengte en je hebt een auditieve golflengte. Dat zijn verschillende golflengtes. Ons zien is een specifieke golflengte, daarom zien we de wereld op deze manier. Een dier ziet een andere golflengte. Er zijn, geloof ik, twee soorten apen die exact hetzelfde zien als wij, en de rest van de apen ziet überhaupt iets anders. En apen staan nog het dichtst bij ons. Er zijn vogels die ongeveer hetzelfde zien en er zijn ook vogels die iets totaal anders zien. Een mus ziet een andere mus als een

paradijsvogel, die ziet een explosie van kleuren. Wij zien een mus als een grijs vogeltje. Dus die ene grijze mus is echt een heel lekker ding, alleen wij zien dat niet, en wat wij een lekker ding vinden, dat vindt die mus maar niks. Die ziet alleen maar broodkruimels.

We realiseren ons vaak niet dat het zien de wereld creëert. Wat je ziet wordt door je bewustzijn bepaald, dus je bewustzijn creëert jouw werkelijkheid en dat gaat heel ver. De structuur van ons bewustzijn is echter zo ontstaan dat we ons ook daarvan bewust kunnen worden, en dat we ermee kunnen experimenteren. Kunnen gaan onderzoeken: wat is nou de matrix van mijn manier van kijken? Want iedereen heeft een eigen matrix van kijken. Dit zie je wel, dat zie je niet. Een beeldend kunstenaar ziet wat anders dan een musicus. Een musicus ziet zwarte nootjes, en een kunstenaar ziet vaak voornamelijk kleur of vorm, en een impressionistische schilder ziet weer wat anders dan een expressionistische schilder. En soms ontstaat dat ook wanneer je een bepaald vak leert of beroep uitoefent.

Als je bijvoorbeeld veel met mensen werkt, zie je op een gegeven moment steeds meer. Er komt iemand binnen en die hoeft eigenlijk niks meer te vertellen, want in feite zie je in één oogopslag een groot deel van wat er aan de hand is. Je ziet dingen die andere mensen helemaal niet zien. Het zien kan zich dus ontwikkelen, het kan verschuiven en het kan zich uitkristalliseren, maar het heeft ook zijn eigen matrix. Er zijn veel zaken die je niet ziet. Nou, in de buitenwereld is dat nog tot daar aan toe, maar in de binnenwereld – want het kijken gaat zowel naar buiten als naar binnen – is dat interessanter. Neem de simpele vraag: welk aspect van jezelf wil je niet zien? Er zijn in de buitenwereld zaken waar je niet naar wilt kijken, maar er zijn in de binnenwereld ook veel zaken waar je niet naar wilt kijken.

Alle zintuigen gaan naar buiten en naar binnen, uiterlijke beelden en innerlijke beelden, en het is eigenlijk vrij onduidelijk waar het zien zich afspeelt. Het kijkbewustzijn ontwikkelt echter altijd een eigen manier van kijken, wat je doet in het kijken of wat er energetisch gebeurt in het kijken. Ga je in het kijken bijvoorbeeld helemaal dáár naartoe, naar buiten, of blijf je helemaal hier binnen en kijk je niet echt? Dat zijn specifieke structuren die binnen het kijkbewustzijn zijn ontstaan. Dat gaat best heel ver. Je realiseert je dat niet, omdat je het nooit op die manier onderzoekt.

 

Het mentale bewustzijn

Vervolgens is er het denkbewustzijn, dat eigenlijk meer het mentale bewustzijn is. Van oorsprong werd dit gezien als een zesde zintuigbewustzijn, omdat gedachten op dezelfde manier binnen het denkbewustzijn verschijnen als vormen verschijnen binnen het oogbewustzijn. Vanuit het boeddhisme heeft het denken überhaupt niet zo'n belangrijke positie als bij ons in het westen. Denken is gewoon iets dat je toevoegt aan dat wat je in essentie zintuiglijk ervaart. Je geeft er woorden aan en maakt er een denkbeeld van, maar het heeft niet een hele bijzondere positie.

Student: In essentie zintuiglijk? Is dat wat je zegt?

Robert: Ja. Je bent begonnen zonder gedachten. Gedachten zijn ontstaan uit het zintuiglijk bewustzijn. Vanuit het zintuiglijk bewustzijn ontstond het denken. En het denken ontstond voor een deel uit beelden en voor een groot deel uit taal, en dat werden samen denkbeelden, en denkbeelden worden dan verhalen, en verhalen worden drama's. Maar ze zijn in wezen samengesteld uit zintuiglijke ervaringen. We gaan dan vaak door met de verhalen en raken de connectie met het zintuiglijk ervaren kwijt. Het denken krijgt dan iets dubbels.

Student: Is het denken dan een zintuiglijke ervaring?

Robert: In essentie is het gebaseerd op de zintuigen. Op het moment dat het taal wordt, wordt het een abstract gebeuren dat zijn eigen gang kan gaan, los van het directe, zintuiglijke ervaren. Elk woord dat je gebruikt is begonnen met een beeld: stoel, papa, mama, lepel. Anders was er nooit denken of taal ontstaan. Denken is een functie van het mentale bewustzijn. In het begin van de mensheid was er geen taal. Taal is pas ontstaan toen het strottenhoofd veranderde. Voor die tijd kon de primitieve mens geen woorden uitbrengen maar alleen klanken. Op een gegeven moment heeft de mens een sprong gemaakt in de evolutie waarbij het strottenhoofd is ontstaan. Het strottenhoofd kan articuleren in plaats van alleen blaffen en blazen en dat soort dingen. Of dat echt een verbetering is geweest, daar kun je vraagtekens bij zetten, maar pas toen kon er fysiek taal ontstaan. Daarvoor niet.

Dat betekent niet dat het mentale bewustzijn daarvoor niet hoog ontwikkeld was. Walvissen hebben bijvoorbeeld geen woorden, maar ze blijken op een ongelooflijk subtiele wijze te kunnen communiceren. Ze hebben allerlei vormen van lichaamstaal, klanken en geluiden. Het zijn geen woorden, maar er is wel een hoog ontwikkeld bewustzijn, hun mentale bewustzijn functioneert alleen anders dan bij ons. Wij hebben woorden, en door woorden kunnen wij abstracties maken, en met die abstracties kunnen wij doordenken, los van het onmiddellijke ervaren. Denk daar maar over na.

Het mentale bewustzijn is in eerste instantie een soort overkoepeling van de vijf zintuiglijke bewustzijnsdimensies. Vanuit het mentale bewustzijn kun je oorzaak en gevolg herkennen, en je kunt bij elkaar voegen wat bij elkaar hoort. Als je bijvoorbeeld heel in de verte iemand ziet die een paaltje met een hamer in de grond slaat, dan zie je die man een klap geven en drie seconden later hoor je een klap. In feite zijn dat losstaande ervaringen. Wat doet het mentale bewustzijn? Die voegt ze bij elkaar.

Vanuit dzokchen gezien, zijn alle indrukken van het bewustzijn eigenlijk losstaande indrukken. Er is een opeenvolging, een snelle opeenvolging van losstaande indrukken en ergens verbind je die indrukken met elkaar en denkt daardoor dat er een continuïteit is. Maar je brengt een continuïteit aan in iets dat in

essentie discontinu is. In die zin dat alles elk moment elke kant uit kan gaan of zelfs helemaal uit elkaar kan vallen. Het ene moment zie je iets, dan hoor je iets, dan denk je iets, dan ben je helemaal niet meer alert, enzovoort. Er is eigenlijk niks continu aan. Het zijn allemaal hele korte flitsen, net zoals een film bestaat uit allemaal losse beeldjes. Het lijkt continu, maar het is niet continu.

In wezen geeft dat je je vrijheid. Als het echt continu was, was er geen enkele vrijheid. Maar omdat het in essentie discontinu is, kun je elk moment elke kant uit. Je hoeft deze gedachte niet af te maken, je hoeft dit gevoel niet te continueren, je hoeft ook niet te wachten tot een impuls is uitgewerkt. Vanuit gewaarzijn kan alles elk moment oplossen of veranderen. Alles. Als dat niet zo was, was werkelijke bevrijding onmogelijk, want dan was er één tijdslijn en die lijn stond vast. Dan kon je de boel uitzitten totdat je dood gaat. Punt. Dan had je geen andere mogelijkheid. Maar omdat het mogelijk is meer bewust te worden, jezelf meer waar te nemen, en meer gewaar te zijn, ben je niet per se genoodzaakt om die belemmerende patronen te continueren omdat die zij nou eenmaal in je bewustzijn zijn ontstaan.

 

Het egobewustzijn

Nou, dat mentale bewustzijn wordt nogal aangestuurd door het zogenoemde 'emotioneel getinte egobewustzijn', het emotionele bewustzijn dat tegelijkertijd het ego creëert. Oorspronkelijk heet dit 'het vervuilde bewustzijn' of 'het bewustzijn dat bevlekt is door begeerte'. Dat is meer vanuit de hinayana, 'het bewustzijn dat bevlekt is door begeerte', en begeerte moet je zien als dat wat je vastgrijpt. Het is de neiging tot vastgrijpen, vastgrijpen of wegduwen, want dat wat je wegduwt heb je eerst vastgegrepen anders kun je het niet wegduwen. En zelfs dat wat je ontkent, heb je al vastgegrepen, anders kun je het niet ontkennen.

Het is niet alleen begeerte, begeerte is maar één vorm er van. Het is de neiging om iets vast te grijpen. Je gaat ernaartoe, je duikt er op af, en daardoor krijgt het een emotionele lading. Het is het deel van het bewustzijn dat emotioneel geïnvolveerd raakt met wat het waarneemt en wat het denkt. In dat opzicht maakt denken of waarnemen niet zoveel verschil. Je kunt net zo emotioneel geïnvolveerd raken met een of ander verhaal dat je aan jezelf vertelt en dat geen enkele realiteit bezit, als met iets dat je in de concrete werkelijkheid ziet gebeuren. Dat maakt niet uit. Het emotioneel getinte bewustzijn duikt er gewoon op af vanuit een emotionele geladenheid. Er zijn verschillende emotionele gelaagdheden, verschillende emoties en gevoelens, maar de essentie is dat je er iets mee doet. Je grijpt het vast. Je grijpt het vast, je duwt het weg of je ontkent het.

Student: Wordt dat niet voornamelijk gevoed door die gedachten ?

Robert: Nee

Student: Duidelijk.

Robert: Wat de gedachte ook is, zij heeft altijd een emotionele lading, maar het is de lading die bepaalt of je met die gedachte doorgaat, of dat zij gewoon komt en gaat. Als er helemaal geen lading is, dan is een gedachte net als een willekeurig geluid, of iets wat je ziet en waar je verder niets mee doet, zoals je duizend-en-een dingen ziet waar je verder niets mee hoeft. Maar de emotionele lading ligt er al. Je bent een geladen persoonlijkheid, een soort tijdbommetje, alleen staat hij slecht afgesteld, want het is een milliseconde tijdbom. Er hoeft maar dát te gebeuren of je zit in de boom. Er is altijd een soort lading en die lading is altijd verbonden met het ik, zelf of ego. Maakt niet uit hoe je het beestje noemt. Je kunt daar onderscheid in aanbrengen, maar dat is in het kader van het streven naar bevrijding niet zo belangrijk hoe je het noemt, het is belangrijker dat je het ik gaat ervaren. Er is een lading in jezelf waar vanuit je reageert, en waarmee je vervolgens verkleeft.

Student: En is die lading dan tot stand gekomen door het oog, oor, neus en die zaken? Komt dat binnen via die kanalen, en ontstaan daar die gedachten?

Robert: Nee. Kijk maar naar een baby, die heeft geen gedachten. Als je een baby de borst geeft en je haalt even die borst weg, nou, dan zie je wat er gebeurt, die zet meteen een keel op. Er is wel een connectie met de zintuigen en er is een verbinding met het mentale bewustzijn, maar het denken wordt altijd later pas toegevoegd. Het mentale bewustzijn maakt dat het kind al ongelofelijk snel doorheeft dat het brullen helpt om die borst weer binnen mondbereik te krijgen. Het kind is gericht op voeding, en het krijgen van voeding is op zich al een emotioneel gebeuren. Poepen ook, vanaf het allereerste moment. Kijk maar naar een baby die poept. Het is nog nauwelijks geboren of er is een orgastisch 'Uhhhhgggghhhèèèeee'. Dus die emoties liggen er al. En primair zijn dat emoties van welbevinden en niet-welbevinden, oké en niet-oké.

In feite blijft dit het hele leven zo, maar dat moet je nooit hardop zeggen. In feite blijft het heel simpel: oké, niet-oké. We groeien wel op en het wordt ook allemaal veel gecompliceerder, maar basaal blijft het iets van oké of niet-oké. En dat wordt een cluster. Net als het denkbewustzijn, dat begint ook heel simpel met papa en mama, maar wordt snel ingewikkelder en dan ontstaan verhalen en drama's. Het emotioneel bewustzijn wordt ook steeds ingewikkelder. Wordt ingewikkelder omdat je bepaalde emoties wel kunt uiten of niet kunt uiten. Sommige emoties leer je wegduwen, sommige leer je ontkennen, sommige worden dubbel, sommige emoties worden manipulaties, enzovoort. Het wordt een heel complex gebeuren van emoties en gevoelens die elkaar afdekken, tegenstrijdig zijn, op elkaar gestapeld zitten, enzovoort. En vanuit de lading van het emotioneel egobewustzijn benoem je alles. Daarom is die benoeming zelden objectief, en zelfs als de benoeming objectief is dan is de toon van de benoeming niet helemaal objectief. In de toon zit altijd een fractie van het emotioneel getinte egobewustzijn. Daarom kun je ook vaak zoveel horen aan de klank. Daarom ben je ook zo gevoelig voor de klank of toon van iemands stem. Sommige mensen hebben een stem waarbij het niet uitmaakt wat ze zeggen, maar je denkt meteen: oh jee.

 

Het pakhuisbewustzijn

We gaan met al die verschillende aspecten uitgebreid werken, dus dan komen we er vanzelf weer op terug. Ik ga even verder naar het volgende. De volgende dimensie heet oorspronkelijk het 'basis van alles bewustzijn', kun gzhi nam she in het Tibetaans en alaya vijnana in het Sanskriet. Maar omdat het een belangrijke functie heeft als pakhuis, als opslag, is het handiger om het 'pakhuisbewustzijn' te noemen, ook om het te onderscheiden van de laatste dimensie van bewustzijn, het baarmoederbewustzijn. Die laatste twee zijn pas in dzokchen uit elkaar gehaald. In de mahayana zijn pakhuisbewustzijn en baarmoederbewustzijn identiek.

In het pakhuisbewustzijn ligt alles opgeslagen. Emoties, gedachten, ervaringen, beelden, geuren, daden, alles is ergens in het pakhuisbewustzijn aanwezig, alles wat ooit gebeurd is. Dat heeft twee aspecten, die actief en passief worden genoemd. Actief zijn ze opgeslagen als zaadjes, als specifieke herinneringen, als beelden of als associaties. Die zaadjes kunnen de situatie aardig gaan bepalen. Je haalt er één zaadje uit, je hebt één bepaalde associatie, en die neemt dan het gebeuren helemaal over. In die zin is het actief. Je trekt één laatje van één van de kasten in het pakhuisbewustzijn open, je trekt bijvoorbeeld het laatje 'moeder' open, en dan neemt het laatje 'moeder' het hele gebeuren over. Of, je ziet iemand die je aan iemand anders doet denken en je oordeelt ogenblikkelijk, en dat oordeel neemt je hele manier van kijken en reageren over. In dat opzicht zijn het zaadjes die meteen ontspruiten. Het is meteen een volwassen boom. En het andere, het passieve aspect, wordt vergeleken met een geur. Voor een deel zou je dat kunnen zien als een soort onderliggende sfeer, als de onzichtbare, onderliggende en onbewuste kwaliteit van het pakhuis.

Student: Kan dat ook genetisch zijn?

Robert: We hebben met genetisch niet zoveel te maken. Alles kan genetisch zijn, maar vanuit het perspectief van bevrijding maakt het niet uit of het genetisch is of niet genetisch. Zelfs als het genetisch is, betekent dat niet dat je er gehoor aan hoeft te geven. Het betekent niet dat je je er gefrustreerd over hoeft te voelen, of onder moet lijden, of dat het je per se zou moeten klem zetten.

Student: Je hoeft het niet eens te weten?

Robert: Nee, misschien is het zelfs wel handiger als je het niet weet, want daar kun je je ook weer makkelijk achter verschuilen. Dan wordt het een doem, zoals een lotsbestemming of godsoordeel. Je bent in zonde geboren, een soort erfzonde. Wanneer je meer observeert hoe het zich nu afspeelt, maakt het in feite niet zoveel uit waar het precies vandaan komt. Je kijkt eigenlijk meer van het heden naar de toekomst, dan van het heden naar het verleden. Het is de westerse psychotherapie die van het heden naar het verleden kijkt.

Dus het passieve aspect, dat de geur van het pakhuisbewustzijn wordt genoemd, zou je kunnen zien als de patronen en neigingen die er liggen, in die zin dat het ene baarmoederbewustzijn bijvoorbeeld wat depressiever is dan het andere. Psychologisch zou je kunnen kijken waar dat vandaan komt, maar vanuit dzokchen zijn we meer bezig met: wat is die neiging? Durf je die neiging gewoon te nemen zoals zij is? Durf je haar werkelijk te herkennen als je eigen neiging, in plaats van haar te ontkennen of de schuld ergens anders te leggen? Je zou je kunnen afvragen: wat is de geur van mijn pakhuisbewustzijn? Het kan zijn dat het een vrij zware geur is. Dan zou je kunnen kijken waarom je dat continueert. Het kan wel de geur zijn van het pakhuisbewustzijn, maar tegelijkertijd ben jij degene die deze geur als het ware naar voren haalt en activeert, die gehoor geeft aan die neigingen.

Sommige neigingen zullen altijd neigingen blijven. Bepaalde geuren van het pakhuisbewustzijn zijn vrij hardnekkig. Maar het betekent niet dat je erop hoeft te responderen. Dus het kan zijn dat, als je in je jeugd ontzettend bent afgezeken en de neiging hebt om jezelf onderuit te halen, de geur van jouw pakhuis-

bewustzijn is om jezelf onderuit te halen. Op het moment dat je je daar echt bewust van bent en het in het moment herkent, hoef je er in dat moment niet naar te luisteren. En omdat het bewustzijn niet continu is maakt het, op het moment dat je er niet naar luistert, helemaal niet meer uit. Het is er, maar het hoeft jouw vrijheid niet in de weg te staan.

Juist doordat je de neiging om jezelf onderuit te halen gaat ontkennen of ertegen gaat vechten of probeert te verbeteren, kom je er in vast te zitten. Als je haar glashelder durft te zien als deel van je pakhuisbewustzijn, dan heeft zij geen macht meer. Dan blijft de neiging misschien gewoon bestaan en is misschien lastig, maar er zijn meer dingen die lastig zijn. Soms heb je pijn in je kies of je aandelen zakken of je auto gaat stuk, dat zijn allemaal dingen die lastig zijn. Dat is gewoon zoals het is. Toevallig is één van jouw lastige neigingen om jezelf onderuit te halen. Dat is gewoon zoals het is. Net zoals rechts voorrang heeft.

 

Het baarmoederbewustzijn

Dat wat al deze lagen van bewustzijn omvat of voortbrengt, wordt het baarmoederbewustzijn genoemd. Het is het baarmoederbewustzijn, kun gzhi in het Tibetaans en alaya in het Sanskriet, waar de acht dimensies van bewustzijn uit voortkomen. Dat betekent niet dat dit het enige is dat eruit voort kan komen, maar over het algemeen ontstaan in elke situatie zintuiglijke indrukken, emoties, gedachten, ego, associaties en reacties, die je gewoonlijk klemzetten. In essentie is de allesomvattende kwaliteit van het baarmoederbewustzijn echter in zichzelf neutraal en relatief helder, en ook zonder inhoud. Het is meer de kwaliteit van bewustzijn als bewustzijn. Het is vrij leeg, en het zou een bewustzijnsstaat kunnen zijn waar je in meditatie in terecht komt. Dan is er niets meer, uitsluitend ontspanning en leegte.

Student: Is dat kun gzhi?

Robert: Ja. Deze meditatieve bewustzijnsstaat is niet erg creatief, het is leeg en een beetje mat, er gebeurt niet echt iets. De mahayana en veel andere meditatieve systemen zien kun gzhi als een eindstaat. Een bewustzijn dat bewust en leeg is, waarin niks gebeurt. Een soort zen, zolang je niet beweegt gaat het goed. Maar het is in wezen een kwaliteit van bewustzijn die niet levendig is, niet zinderend en stralend. In feite is het een meditatieve ervaring van je gewone bewustzijn. Nou, dat moet je maar even voor zoete koek aannemen. Vanuit dzokchen is het belangrijk om vanuit de leegte en ontspanning van kun gzhi ogenblikkelijk dóór te gaan naar het gewaarzijn, naar helder gewaarzijn. Kun gzhi lijkt heel aantrekkelijk, maar het is nogal passief, vaag en statisch.

Student: Je blijft er in hangen?

Robert: Je kunt er erg in blijven hangen, want er gebeurt niks. Het is een beetje alsof je een joint gerookt hebt. Het is allemaal wat wollig, daarom wil je niet graag uit kun gzhi weg. Niets raakt je meer zo, want de werkelijkheid kristalliseert niet zo scherp uit. Je denkt dat je geen ego hebt, dat wil zeggen, het ego denkt dat het geen ego heeft. Het is een lekkere, wollige, meditatieve poezenmand-staat, maar niet echt helder. Dus, vanuit de hinayana en de mahayana, en zelfs vanuit de vajrayana, wordt het gezien als een soort eindstaat, nirwana. Nirwana is het uitdoven van samsara. Het wordt in de teksten vergeleken met een kaars die je uitblaast. Nou, gefeliciteerd. Relaxt, donker, maar ook wel heel erg niks eigenlijk.

Student: Dan leef je toch niet echt?

Robert: Nee, het heeft zijn eigen beperking. Dat kun je ook zien. Het is een meditatieve bewustzijnsstaat, zoals een monnik die zit te mediteren voor een kale muur en dan opgaat in het niets.

Tja, en dan? Het kan een streven zijn, als eindstaat, maar je gaat er niet dóórheen. Er komt niet iets anders uit voort dat gewoon weer creatief, wild, emotioneel en actief kan zijn. Je moet wel voor die muur blijven zitten. Vandaar dat in dzokchen altijd gezegd wordt dat, als je mediteert – je mediteert bijvoorbeeld op geen-gedachten en er zijn even geen gedachten – je dat dan even totaal ervaart en vervolgens stopt met mediteren, zodat je daar niet in blijft hangen. Het gaat om de helderheid die daarbinnen ontstaat. Het gaat niet om het feit dat er geen gedachten zijn. Het is belangrijk en fijn dat je ervaart dat er ook geen gedachten kunnen zijn, maar het is wel belangrijk dat je dóórgaat naar helderheid.

Je kunt dat zelf in meditatie merken op het moment vlak voordat je slaperig wordt. Als je zit en je doet een meditatieoefening en je ontspant en het wordt leger in je hoofd, dan beland je in kun gzhi en meestal word je dan slaperig. Er zit een split moment in, waarin je zou kunnen kiezen. Vanuit de ontspanning, openheid en leegte kun je kiezen voor slaperigheid en je kunt kiezen voor helderheid. We proberen in dzokchen de afslag helderheid te nemen. Want die andere levert niet veel op, zeker niet gezien de manier waarop wij in het leven staan.

De staat van leegte zou nog iets zijn voor een monnik die in een beschermd klooster leeft. Voor ons, zoals wij leven in het westen en überhaupt vanuit de dzokchen traditie, is het een doodlopende straat. In die zin dat het een mooie rustige straat is, maar hij leidt nergens naar toe behalve naar een soort leegte, niet naar helderheid. En als je merkt dat je daarin terecht komt,

tijdens het mediteren bijvoorbeeld, doe dan ogenblikkelijk je ogen open, rek je uit en zorg ervoor dat er weer helderheid ontstaat, ook al zijn er dan gedachten, dat is niet zo belangrijk. Helderheid is veel belangrijker dan wat dan ook. Anders kom je toch in een soort babystaat terecht, als baby in de baarmoeder. Kun gzhi is de lieve baby in de baarmoeder, die denkt nog niks. Het heeft een zekere wolligheid, maar het is niet echt creatief, geen interactie.

Marjan: Vanuit de ongedefinieerde ontspanning en leegte van kun gzhi zou er ook angst of paniek omhoog kunnen komen. Dan is het nog veel belangrijker om die angst even werkelijk te ervaren en dan je meditatie te stoppen; ogen open, handen over je lijf, staan, lopen, stampen. Het is belangrijk eerst te leren de angst en paniek aan te raken en los te laten (touch & go), voordat je – vanuit helderheid – veel later in je beoefening meer oog in oog met de angst kunt blijven en de angst of paniek werkelijk aan kunt gaan.

>>